vrijdag 17 mei 2013

Maìtre Ronsard en het kasteel van Royer.


Dit was de laatste keer, maître Ronsard stond met zijn dochter bij het monument. Ze stapten naar voren en legden de krans van lelietjes van dalen neer. Zijn laatste taak als burgemeester van Fix. Een plaatsje met 100 zielen hoog in de Savoye. Het monument ter nagedachtenis van de grote lawine van 1903. Niet dat maìtre Ronsard dit bewust had meegemaakt. Hij was de gekozen burgemeester, meer niet. Hij kwam zelfs niet eens uit deze bergstreek. En na 25 jaar was het welletjes. Maître Ronsard wilde terug, terug naar de Bourgogne. Terug naar het wijndomein van zijn ouders. De politiek was mooi geweest. De hele familie zou blij zijn als hij weer de witte wijnen zou gaan maken.
Dat was 25 jaar daarvoor anders geweest. Maître Hugues Ronsard had rechten gestudeerd in Lyon en was via een politieke partij terechtgekomen in het Alpendorp Fix. Daar ontmoette hij Isabelle, de dochter van de toenmalige burgemeester. Hugues deed zijn werk, een onderzoek naar bloemen in de alpenwei en hun juridische bescherming. Hij vatte een soort liefde op voor zowel de streek als Isabelle. Ze trouwden en kregen een dochter Héloise. Hugues en Isabelle waren gelukkig in Fix. Uiteindelijk kozen de burgers hem als chef van het dorp. En ze leefden nog lang en gelukkig. Maar...., Isabelle kreeg er genoeg van, dat kleine dorp in die Alpen, die koeien met een bel, de transhumance elk jaar, burgemeestersvrouw zijn. Ze ontmoette ene Luigi en verdween. Naar de Côte d'Azur. Brouhaha. Of ze er nu nog woonde, wist maìtre Ronsard niet. Ze stuurde elk jaar een kaart voor de verjaardag van hun dochter.
En dochter Héloise vertrok nu ook naar Parijs. Ze wilde de mode in en had een tijdelijk baantje gevonden. Bij Bru et sa Bresse, de kookschool van Madeleine. "Ach Madeleine Bru", dacht hij, "de mooie vrouw uit Louhans, waar alle mannen voor naar de markt kwamen" Het was gewoon zijn dagdroom. Hugues herinnerde zich Madeleine, op maandagochtend, als ze koffie dronk. Het was een coup de foudre, zoals dat heet, liefde op het eerste gezicht. Maar nu, zo had hij vernomen, was Madeleine getrouwd met Raphaël, een wijnboer uit de Mâconnais. Allemaal herinneringen. Hij zou nog veel tegenkomen als hij terugkeerde naar het dorp Royer. Het kasteel stond al jaren leeg, de wijngaarden verwaarloosd. werk aan de winkel dus. De witte Mâcon Royer zou snel weer op de kaart staan.
Maître Ronsard en Héloise stapten achteruit, knikten naar het monument en liepen terug naar het dorpshuis voor de laatste receptie. Morgen zouden ze allebei hun eigen weg gaan. Alles was ingepakt.
Hugues en zijn dochter aten nog een souper in het dorpscafé en keerden huiswaarts. Daar aangekomen zei hij: "Héloise, ik heb voor jou een doos met spullen van je moeder bewaard. Ik doe er niets meer mee, het is te lang geleden. Ik kan me voorstellen dat jij deze spullen graag wilt hebben. het zijn kaarten, brieven, snuisterijen." "Nou daar ben ik heel blij mee, want sinds haar vertrek naar de Zuidfranse kust heb ik nooit meer iets van Isabelle gehoord, behalve dan de verjaardagskaarten.", antwoordde Héloise en gaf haar vader een zoen op zijn wang. "Het enige dat ik weet is dat je moeder met Luigi naar Mougins is vertrokken. Zij hebben daar een olijfboomgaard. dat was de branche, waaruit hij kwam. Luigi Spirali. Hij kweekte bijzondere olijfbomen. Meer weet ik niet, ik heb deze verhalen alleen maar van meneer Zimbo gehoord. Je kent hem wel, die magische man uit Pontarlier." "Ik zal deze combinatie van olijfboom, Mougins en Spirali eens googelen. Ik ga nu naar bed, want morgen is het een lange reis naar Parijs. Bonne nuit." "Slaap lekker", lachte maitre Ronsard. Hij schonk nog een glas wijn in en zat nog even bij het vuur. Wat een verhaal destijds: Isabelle, die met een Ligurische olijfbomenkweker er vandoor ging. Isabelle, vrouw en moeder in het modelgezin van Fix. Hugues grijnsde. Het was mooi geweest hier in de Alpen. De zomers, de winters met sneeuw. het lieflijke dorp, waarvan hij burgemeester was geweest. Nu lonkte nieuwe horizonten, terug naar de Mâconnais. Naar het vervallen kasteel van zijn ouders. Hugues had grote plannen met het pand. Een nieuwe carrière. Maar eerst morgen de reis via Pontarlier. Hij had wat kruiden nodig.
De volgende dag stapten Héloise en Hugues in de auto. Vanuit Grenoble zou zijn dochter naar Parijs vertrekken. Hugues zelf ging op een sentimental journey door de Alpen naar meneer Zimbo. Hij had voor zijn plannen heel wat advies en kruiden nodig. Op het perron en vanuit de trein zwaaiden vader en dochter naar elkaar tot ze elkaar niet meer zagen. Hugues keerde om en liep naar zijn auto.
Op de snelweg richting Bourg en Bresse draaide hij zijn favoriete muziek, zong luidkeels mee. Het was heerlijk om geen burgemeester meer te zijn. Je kon ineens doen wat je wilde. Hij ging er van genieten. Onderweg kocht hij in Pérouges wat charcuterie, een fles sap, brood en de beroemde galette. Hij reed verder en stopte bij een van  de meertjes langs de Rhône, hij at zijn lunch op, trok al zijn kleren uit en sprong in het heldere water. Nadat hij gezwommen had zat hij nog even in de zon. Warmte vulde zijn lichaam. tijd om verder te rijden naar de Jura.
Aangekomen in Pontarlier, checkte hij in zijn hotel in. Hij ging naar boven. Een kort tukje zou hem goed doen. Hugues ging op het bed liggen en dommelde in. In zijn droom kwam een heel leven voorbij. De wijngaarden van zijn jeugd, zijn studie in Lyon, de eerste jaren met Isabelle. En... Madeleine uit Louhans.
Maître Ronsard werd plotseling wakker. Waarom droomde hij toch zoveel over Madeleine Bru? Hij zou het eens aan meneer Zimbo vragen.
Hij liep het mooie stadje Pontarlier in. Dronk een glaasje absint als apéro en ging een hapje eten. Een steak en een salade met Comté. Welkom in de Jura, dacht Hugues. Zijn mobiel ging. "Allo?" "Bonsoir papa, ik belde even om te zeggen dat ik veilig ben aangekomen in Parijs. Pierre en Brodgøde hebben me opgehaald en ik heb een hele leuke kamer boven de kookstudio. Ik begin overmorgen met werken. ben nu moe. Spreek je snel. Bise" Héloise hing op en hij glunderde. dat was ook goed gekomen. Hugues rekende af en liep naar zijn hotel. Hij las nog wat en viel in een diepe slaap.
Monter wandelde Hugues de volgende ochtend naar het stulpje van meneer Zimbo. Hij genoot van de vroege morgenzon en de vogels, die hun lied luidkeels verkondigden. "Goedemorgen maître Ronsard!", zei meneer Zimbo lachend. Hij stond al klaar voor zijn huisje. "Dat is een tijd geleden meneer Zimbo. De laatste keer dat ik u zag was in Kinshasa, toen ik op juridische plantenexpeditie was.", antwoordde Hugues. "Wat heb ik genoten toen van die mooie jungle, die bijna aaibare gorilla's. Niet te spreken over de watervallen en rivieren. wat een tocht." "Ik ben lang niet meer in mijn geboorteland geweest, maître, maar als ik mijn ogen sluit kan ik overal zijn. Een kleine koffie?" "Lekker" en beide mannen gingen zitten aan de tafel in de warme zon.
Hugues vertelde zijn verhaal, zijn burgemeesterschap, de vlucht van Isabelle met Luigi en zijn leven in Fix. "Nu begin ik een nieuw leven, ik ga het kasteel van Royer omtoveren tot het domaine wat het was. Met witte wijnen, knisperend en vol smaak. Ik ga Madeleine Bru vragen een kookschool te beginnen, waar zij mijn gasten confits leert maken. En natuurlijk al haar andere gevogelte creaties. Raphaël en ik kunnen samen de wijngaarden weer op poten zetten. Mijn idee is een centrum te worden waar mensen food, wijn en gesprekken kunnen delen. Er is veel te doen, meneer Zimbo.", vertelde Hugues.
"Maitre, dat is een geweldig idee. Ik heb er al over nagedacht. Het kasteel van Royer heeft al jaren leeg gestaan. De spinnen, muizen en stof hebben er hun rijk van gemaakt. Ik heb een formule en wat kruidenspray, waarmee je ze binnen 10 minuten het kasteel uit jaagt. Op dit briefje staat de gnegne song. Spreek deze uit en al het gespuis verdwijnt uit de kelders, zalen en andere ruimtes van het kasteel. Je zult ook wat positivo mengsel nodig hebben, omdat het kasteel heeft gehuild na de dood van je ouders. het weende om haar eenzaamheid."
"Merci, meneer Zimbo, ik ga er snel mee aan de slag. Ik ben zo blij, dat u me wilde ontvangen en mij helpt. U bent natuurlijk altijd welkom in Royer." Hugues omhelsde meneer Zimbo en liep terug naar Pontarlier. Hij laadde zijn auto in en vertrok richting Mâcon. Hij genoot van de rit door de Jura en de Bresse.  Bij zijn aankomst bij de Saône stopte hij op de linkeroever en genoot van zijn blik op het voor hem sterk veranderde Màcon.
Hugues reed de Pont St. Laurent over en sloeg rechtsaf de N6 op. In twintig minuten zou hij in Royer kunnen zijn. Hij stopte even bij de rode megagrutter met het vogeltje en sloeg allerlei etenswaar, flessen wijn en schoonmaakmiddelen in. Hugues reed verder door het dal van de Saône naar Tournus. Vanaf daar nam hij de smalle provinciale weg langs de wijngaarden, de velden met koolzaad en de weiden met Charolais vee.
Zijn terre de naissance.
In de verte zag hij het kasteel van Royer tussen de oude bomen. Nog even en hij was er. Een maal aangekomen opende hij het grote hek en reed zijn auto het grindpad op. Hij stak de oude grote sleutel in de voordeur en opende het kasteel. Dat was lang geleden. na het overlijden van zijn ouders was er niemand meer geweest. Maître Ronsard opende alle luiken en vensters.
Het was nu tijd om de tijdelijke bewoners te laten merken, dat hun resideren voorbij was. Uit zijn tas pakte Hugues de "gne gne" spray. Al spuitend met het flesje liep het hele gebouw door, zingend: "Gne gne gna, muis, spin en rat. Gne gne gna, ga nu maar op pad. Gne gne gna, mieren achter na, gne gne gnuiten allemaal naarbuiten!" Het werkte. Terwijl Hugues zong, zag hij een colonne nieren naar buiten marcheren, gevolgd door enkele muizengezinnen, spinnen volgden, een enkel ratje. Als laatste verdween een adderkoppeltje de tuin in. "Gne gne gna", grinnekte Hugues.
Tijd om de lakens van het meubilair te halen wat spinrag te verwijderen en wat te eten. Alle activiteit was niet voorbijgegaan aan Huberte Lapopp. Zij keek naar het kasteel, zij zag Hugues de auto uitpakken. Een tafel neerzetten voor het kasteel. Toen Hugues net zijn eerste hap nam, waagde Huberte Lapopp de oversteek. Ze liep het hek door richting Hugues en zei: "Je bent eindelijk teruggekomen!"
Hij had haar al gezien, de kleine montere Huberte, 92 jaar en dartel als altijd. Waar haalde ze de energie vandaan? Huberte Lapopp, waar je in de ochtend altijd werd getrakteerd op een fors glas zoete witte wijn en een stapel koekjes. Niemand van de familie Ronsard wist hoe lang die al in haar bloemetjes koekblik zaten. De kunst was de koekjes niet te snel op te eten. Want dan kreeg je een nieuw stapeltje, zo van: Tiens! neem er nog een paar. Huberte leefde sinds de dood van haar man in de keuken boven de boerderij. Lekker warm voor haar kromme lijfje. Huberte zat nooit verlegen om een grappig verhaal. Ze was altijd vrolijk. Ook in de jeugd van Hugues was zij het zonnetje van het kasteel. Fluitend liep ze door de gangen, grapjes makend, waarbij zij zich op de dijen sloeg. Ja zo was Huberte.
Hugues stond op en kuste haar op beide oude wangen. "Apéro, Huberte?", zei hij. "Graag, ik ben zo blij dat ik je weer zie. het is hier zo leeg sinds je ouders er niet meer zijn. Sinds de velden chardonnay verwilderen. Je blijft toch nu wel, het zicht op het lege kasteel heeft me veel verdriet gedaan. zeker in de mistige winter. Ik denk dan altijd terug aan de tijd dat het kasteel nog bewoond was en velen van de mooie wijnen genoten."'
Hugues schonk twee glazen Mâcon Ronsard in, goudgeel. Ze proostten en hij zei: "Ik ben teruggekomen uit de Alpen, voorgoed. Mijn vrouw Isabelle heeft mij verlaten, Héloise studeert in Parijs en mijn burgemeesterschap is over in Fix. Ik ben van plan de wijngaarden op te knappen en zelf weer de Mâcon Ronsard te gaan maken. Nu doen de Caves de Mancey dat. Ik wil weer de oude kwaliteit en magie terug. Weer de wijn, die velen, waaronder Madeleine Bru, deed sprankelen. Daarom ben ik hier. Misschien heb ik je hulp wel nodig. Jij hebt al die jaren op het kasteel gepast."
"Oh wat ben ik daar blij om. Leven opnieuw in Royer. En Madeleine Bru, die dekselse meid uit Louhans. Wist je dat zij in Viré woont? En ook wijnboerin is geworden?" Huberte glunderde helemaal. Het pays perdu was weer even wat vrolijker. Ze had nog veel te vertellen.
Meteen stak Huberte van wal: "Hugues, je moet weten, dat er de laatste tien jaren vele mensen hier op het kasteel geweest zijn, om het te kopen of voor informatie. Ik heb ridicule verhalen, voorstellen en bedragen aangehoord. Maar de man, die hier enkele weken geleden kwam met een Française aan zijn zij, sloeg alles. Het was een Amerikaan. Hij had bedacht om van Royer een hippe disco en hotel te maken. Weg rust in het dorp. Bovendien, waar zou hij de klanten vandaan halen? De gemiddelde leeftijd is 86 hier in het dorp. Ik heb hem de poort gewezen. De Française liet het er niet bij zitten, zeggende dat hij de enige erfgenaam was van dit mooie kasteel. Bof! Wat een lef. Ik denk dat ze nog wel terugkomen, als ze zien dat er weer licht brandt. Van mij kunnen ze de volgende keer een schot hagel krijgen."
"Niet schieten, Huberte, ik weet wel een oplossing, als de tijd daar is.", antwoordde Hugues. Hij zou de Amerikaan met egards ontvangen, uit zijn tentje lokken. Dan was het tijd voor meneer Zimbo. Hij nam nog een hap en slok en zei: "Huberte, we komen er wel uit. Wil jij weer op het kasteel komen koken. Ik denk eraan om volgende week een groot feest te geven. Met alle vrienden en bekenden. Gezellig. Kan je zoon mooi wat karren wijn in Dulphey gaan halen. In gedachten hoopte maître Ronsard dat de Amerikaanse man ook zou komen. Het zou een spetterend open huis worden. "Natuurlijk wil ik komen koken!", zie ze en liep richting haar huis.
Hij zag de kranige Huberte door de poort verdwijnen en pakte zijn mobiel. "Allo", hoorde hij aan de andere kant van de lijn. Het was Madeleine Bru. "Allo Madeleine", begon Hugues,"Dat is een tijd geleden. Ik heb voor volgende week je hulp nodig. Kun jij voor een feestje op kasteel Royer wat kippen, eenden en confîts komen brengen?" "Maar natuurlijk, wat leuk om van je te horen, dat je terug bent. Ik help je graag. Ik kom morgen even uit Viré naar je toe om de details te bespreken." Madeleine hing op. Hij was blij. Een groots open huis zou het worden.
De volgende ochtend ging Hugues al vroeg op pad. Hij wilde allerlei dingen regelen voor het feest in Royer. Uitnodigingen, meubilair huren, wijnkoelers, bestek, servies. Hij had een boel te doen. Maître Ronsard stapte op de Saône kade uit zijn auto. Wat was het lang gelden, dat hij in Tournus was geweest. Hij wandelde naar de abdij. Dronk koffie op een terras. Deed zijn boodschappen. Dat was lang geleden. Dit had hij in de Alpen wel gemist. Rond lunchtijd schoof hij aan in hotel Terminus. Het menu zag er lekker uit, een salade met eend voor, daarna kikkerbillen en taart toe.
Plotseling spitsten zijn oren. "You know, we moeten snel van dat oude mens afkomen. Dat kasteel staat nu nog leeg. het is een mooi pand om al onze activiteiten onder te brengen Anything goes. Gelukkig hebben we die papieren uit Chicago. En niemand zal het weten.", zei de man met een Amerikaans accent. Tegenover hem zat een bevallige vrouw, blond. Zij knikte instemmend. Ik rijd morgen wel even langs het kasteel.
Hugues rekende af en aangekomen bij zijn auto pleegde hij een telefoontje.
"Allo?", klonk het aan de ander kant van de lijn. "Goedemiddag meneer Zimbo", zei Hugues, "Ik heb uw hulp nodig komende week. Het is namelijk zo dat een vreemde Amerikaanse snuiter het op mijn kasteel heeft voorzien. Dit hoorde ik gisteren van Huberte Lapopp. Hij schijnt valse documenten te hebben. En claimt dat het kasteel Royer van hem is. Heeft u daar een remedie voor?. Ik geef volgende week een fête dansant. Iedereen komt. Ga ook de vreemde snuiter uitnodigen. Kunt u mij helpen?" "Ja, bien sur", lachte meneer Zimbo, "ik breng wel dokter Miboesa mee, want hij logeert hier nu. Akkoord?" "Prima, tot volgende week zaterdag, zonnewendefeest in Royer." Maître Ronsard hing op en ging hotel Terminus binnen. De Amerikaan en zijn blonde kille Française zaten nog aan tafel. Hugues riep de ober en gaf hem één van de uitnodigingen. "Kun je deze aan de mensen daar geven?" "Maar niet zeggen dat je de uitnodiging van mij hebt." "Nee maître", knipoogde de ober.
Hugues startte de auto en reed naar Dulphey. Tijd om eens naar de wijnen van Ronsard te kijken. Hij parkeerde de auto voor het oude gebouw en ging de witte zijdeur in. "Hallo maître Ronsard, bent u weer eens een keer in Royer?", vroeg de man die uit de wijnloods kwam. "Deze keer blijf ik hier voorgoed, ga weer zelf de wijnen maken." Ze dronken een glas en Hugues laadde wat doosjes Mancey les Essentiels in. In de verte zag hij een zwarte SUV rijden. De auto maakte een bocht Dulphey in en stopte voor de Caves.
Uit de auto stapten de Amerikaanse snuiter en de blondine. Ze gingen naar binnen. Hugues verschool zich achter zijn auto. Gelukkig hadden ze hem niet gezien.
Hij sloop naar de witte zijdeur en hield deze op een kier. Binnen hoorde hij de kille blonde Française tegen de wijnjongen zeggen: "Beste man, wij hebben hier documenten. Wij komen beslag leggen op alle wijnen van het kasteel Royer. Vanaf nu is deze heer, wiens naam u niet hoeft te weten, de nieuwe eigenaar van het domaine en de wijnen." De wijnjongen uit de loods was met stomheid geslagen. Op dat moment stapte Hugues de cave binnen en zei: "Monsieur, dame. U bent hier op het verkeerde adres. Mijn naam is Hugues en ik ben de beheerder van de cave van het kasteel. Ik snap, dat u graag uw wijnen wilt hebben op uw nieuwe verblijf. Ik zal zorgen dat voor uw intrek op het kasteel Bertrand Lapopp alles rondom de wijnen regelt." "En u is?", zei de blondine koeltjes. "Mijn naam is zoals gezegd Hugues en samen met Huberte Lapopp zorg ik voor het kasteel. Komende zaterdag geven we het jaarlijkse feest. Misschien kunt u ook komen? Dan kunnen alle dorpsbewoners kennismaken." Maitre Ronsard knipoogde naar de wijnjongen en liep naar buiten.
Kosten noch moeite had maître Ronsard gespaard. In de tuin van het kasteel stonden lange gedekte tafels. Er hingen lampionnen aan alle bomen. Het feest kon beginnen. In de keuken hadden Huberte Lapopp en Madeleine een waar huzarenstukje geleverd. Huberte had gezorgd voor verse salades uit de moestuin en een heerlijke vissoep uit de rivier. Madeleine had kip uit de Bresse in een volle room saus gemaakt. Er stonden diverse kazen en desserts klaar. De wijnen waren op temperatuur.
De gasten kwamen langzaam binnen druppelen. De dorpelingen van Royer, de burgemeester, Raphaël en zijn moeder gravin Bledski. Er reed een 2CV het terrein op. De auto van Brodgøde en Pierre. Zij stapten uit. Tot zijn verrassing zag Hugues dat zij Héloise mee hadden genomen. Zijn dag kon niet meer stuk.
Uit Amsterdam kwamen Knøbbig, Bart en Pelle aanwaaien. Zij waren op wijnreis door de Mâconnais. Maître Ronsard kende Bart van de vele skivakanties in Fix. Het zou een gezellig weerzien worden.
Een  bus met bloemen stopte voor het kasteel. Uit deze bus stapten dokter Miboesa en meneer Zimbo. Ze waren gekleed in hun mooiste Vliso kostuums. "Allo, wij zijn er helemaal klaar voor!", grapte meneer Zimbo.
Hugues wees zijn gasten hun kamers. "Blijf zolang je wilt, voel jezelf thuis!", zei hij. Brodgøde en Pierre kregen de blauwe kamer, Knøbbig  en Bart de gele, Pelle de jagerskamer. Héloise ging naar haar tienerkamer en meneer Zimbo en dokter Miboesa installeerden zich in het tuinhuis.
De DJ speelde vrolijke muziek en de stemming zat er al goed in.  Op tafel stonden dienbladen met Royer crémant klaar en iedereen kreeg een glas. Maître Hugues Ronsard nam het woord: "Lieve gasten, beste dorpelingen, meneer le maire. Ik heet u van allen welkom op kasteel Royer. Mijn ouders huis. Vandaag is het feest. Het is feest, omdat ik terug ben. En niet voor even, maar voor altijd. Het is feest, omdat ik grote plannen voor Royer heb. Met het kasteel als gastenverblijf. Grote plannen met de wijnen. Ik heb er echt zin in. een woord van dank aan Huberte en Madeleine voor de geweldige catering. Laten we vandaag genieten."
Plotseling klonk er een bars: "Er wordt niet gefeest. Ik eis namens mijn klant dat de feestelijkheden gestaakt worden!" , klonk het uit de mond van de kille blonde Française. Het werd stil. De gasten keken vol ongeloof naar de Amerikaanse snuiter en de blondine. Zij hield een document omhoog. "Madame zullen wij even naar binnen gaan, om dit te bespreken?",zei Hugues. "Mensen blijf rustig zitten, wij komen hier wel uit!" De Amerikaan en de blonde dame volgden maître Ronsard het kasteel in. "Laten we even in de kelder gaan praten, daar is het rustig."
Ondertussen hadden meneer Zimbo en dokter Miboesa zich al verstopt achter de wijnrekken. Ze hadden twee pijltjes met verdovingsgif uit Nieuw Guinea. Hugues vroeg de man en dame voor te gaan de kelder in. "Ik wil u uw wijnen laten zien en uitnodigen voor een glas. Kunnen we bepreken hoe we het feest verder laten gaan", zei Hugues. "Niets daarvan!", brieste de Amerikaan, "het kasteel is van mij"
Op dat moment vlogen er twee pijltjes uit blaaspijpen. Poef en paf in de halzen van de Amerikaan en de kille blonde Française. Het duizelde hen. Hun ogen vielen dicht. Ze waren verdoofd. Meneer Zimbo en dokter Miboesa sleepten de man en vrouw naar de chais. Ze werden ieder apart in een ton gelegd. Dokter Miboesa startte met de vrouw. Hij strooide wit vitis vinifera poeder in de ton met de woorden: "Wino vino woembala, in vino veritas, woembolo. Vino wino, cuvée dino. Maak een wijn zodat de waarheid er zal zijn." Hugues zag dat het poeder een draaide rondom de vrouw. Langzaam vervaagden haar contouren. Er ontstond een woest draaiende kolk in de ton en de vrouw geheel loste op. Ze was een witte Mâconnais wijn geworden. Dokter Miboesa pakte een fles. Hij bottelde de vrouw. "Vlug nu een kurk erop."
De Amerikaanse snuiter kreeg de zelfde behandeling. Met mooi purperen vitis viniferapoeder. En hij werd een mooie fles rode pinot noir. "Allez, kurk nummer twee!" Meneer Zimbo legde de twee speciale wijnen in een afgesloten rek: "Woeba walo, deze twee types hebben hun bestemming gevonden, wino vino, woebazo, op Royer kunnen ze niets meer uitrichten. Wee degene die ze ontkurkt."
"Kom boys, we gaan nu naar buiten, let's party", riep Hugues. Gedrieën gingen ze naar buiten schaterlachend.
"Kom mensen, het feest gaat verder", zei Hugues tegen de verbaasde gezichten. Een aantal gasten kon wel raden, wat er was gebeurd. Maar voor de dorpelingen werd hier het raadsel van Royer geboren.
Het feest duurde tot de late uurtjes. Er werd gedanst, gezongen, gegeten en gedronken. Maitre Ronsard zat achter in de tuin, toen Huberte kwam aanlopen en zei: "Ze hebben hun zin gekregen, niet waar?" Hugues lachte: "Ja, Huberte ze hebben de cave gevonden als hun woning." Huberte liep terug naar het bal en maitre Ronsard bekeek het leven. Hij was al lang gelukkig.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten