Gert Klam probeert iets nieuws.





Het kon niet eeuwig blijven duren, ondanks dat Gert heel fijn had in huis bij Knøbbig en Bart. In de Atjehstraat werd goed voor hem gezorgd, ze deden gedrieën gezellige dingen, vaak op pad en thuis. Gert Klam was er, nadat hij terug was gekeerd uit Brazzaville helemaal aan gewend geraakt. Alsof er nooit een andere tijd was geweest. Hij keek naar de Millet boven zijn bed. Die was gelukkig, dankzij de inspanningen van deze twee mannen gespaard gebleven. Tijd, om zijn vleugels uit te slaan en iets nieuws te beginnen. Hij had er lang over nagedacht. Wel of niet? Nu was de tijd gekomen, om op eigen benen te staan en weer met zijn oude vak van natuurarts aan de slag te gaan. Knøbbig en Bart hadden verheugd gereageerd op zijn mededeling en direct contact gezocht met meneer Zimbo in Pontarlier. Van hem zou, volgens hen, Gert nieuwe dingen kunnen leren. Immers Pelle en Madeleine hadden ook heel wat opgestoken van deze beroemde kruidenman. Gert pakte zijn spullen in voor de stagereis van drie weken, de rest bleef in de Atjehstraat, want uiteindelijk zou hij zijn opgedane kennis weer gaan inzetten in Amsterdam en tijdens sessies op locatie. Bart, Knøbbig en Gert waren alle drie een beetje zenuwachtig bij het afscheid op het Centraal. Gert zou eerst naar Parijs gaan, om daar een paar dagen te verblijven in Bru et sa Bresse, de kookschool met de kruidenmixen van Madeleine. De laatste stop zou Viré zijn, waar Madeleine hem zou inwijden over thee- en wijnsoorten. Maar de meest spannende etappe werd de week bij meneer Zimbo in de Jura. Wat Knøbbig en Bart niet hadden verteld, dat was nog een verrassing, was dat zij voor Gert een leuke praktijkruimte hadden gevonden in Zuid. Aan de Olympiaweg. Tijdens zijn stage zouden de twee de laatste klussen daar gaan doen en als verrrassing vast de Millet ophangen boven zijn bureau. Ze zwaaiden Gert en de Thalys uit. Het zou stil worden in de Atjehstraat.

Fluitend stapte Gert met zijn rolkoffer de Thalys uit op Gare du Nord. Het was een voorspoedige reis geweest, zonder blokkades. Hij dronk een snelle koffie en zette koers met de metro richting Rue de Martignac 12, waar zich de kookstudio Bru et sa Bresse bevond. In het 12 jarig bestaan van deze met kruiden en eendenvet doordrenkte épicerie annex kookschool was er never a dull moment geweest. In de eerste jaren kookte Madeleine uit Louhans met passie. Brodgøde en haar lover Pierre voegden het theatrale aspect toe en de laatste jaren, zeker na de Covid periode, had Héloïse, de dochter van Hugues er een ware gezondheids- en vegantempel van gemaakt, gefrequenteerd door Parijse millennials. Gert verheugde zich erop een paar dagen mee te draaien, om zo voldoende kennis op te doen voor de plannen, die hij had met zijn eigen fit for fun bedrijf. Waarvan hij de exacte locatie nog niet wist. De dagen van malversaties lagen ver achter hem en hij was vol vertrouwen, om er deze keer wat van te maken. Hij was veranderd. Aangekomen in de Rue de Martignac bleef hij kort voor de frisgroene gevel staan, om het gehele gebeuren in zich op te nemen. Op het miniterras zaten jonge mannen en vrouwen te keuvelen met een kleine bio café of matcha thee. Het straalde rust uit. In die zin was er niets veranderd in het oorspronkelijke Bourgondische concept van Madeleine Bru. Gert opende de deur en snoof de lucht van verse kruiden op. "Bonjour, ik ben Gert en ik ben blij, dat ik er ben." zei hij. Héloïse lachte en antwoordde: "Welkom in Bru et sa Bresse. Ik heb veel over je gehoord en heb zin in de komende dagen." Gert werd er verlegen van. "Heb je al gegeten?", voegde ze eraan toe en liep richting de keuken.

De dagen in Parijs vlogen om. Gert was wel gewend in een culinaire omgeving te verkeren, omdat Knøbbig altijd de lekkerste maaltijden maakte. Maar bij Bru et sa Bresse was het van een ander kaliber, mede door de magische kruiden van meneer Zimbo. Een mooi aftrap voor de omende weken, want het koken met deze kruiden was nog meer het begin. Gert verheugde zich al op de dagen in Pontarlier, de Jura. Tijdens de cursus van Héloïse was er één iemand, die de bijzondere aandacht trok van Gert. Een grote man met baard en onberispelijk gekleed. Zijn Frans was langzaam en doordacht, waardoor het voor Gert niet moeilijk was, om hem te verstaan. Deze man van ongeveer de leeftijd van Gert heette Ansèlme de Bordasonne en hij kwam uit de Gascogne. Deze streek kende Gert alleen maar van de boeken van Alexandre Dumas, want kwamen ook niet de musketiers uit deze streek? De Bordasonne bleek afkomstig uit een oud adellijk geslacht en woonde nu in Parijs. Naast zijn werkzaamheden in de wijnhandel was Ansèlme erg geïnteresseerd in koken en werken met kruiden. De heren hadden elkaar veel te vertellen tijdens de cursus. Over hun werk en persoonlijke ervaringen. Niet altijd naar de zin van Héloïse, die de mannen soms streng toespraak, dat ze beiden op moesten houden met hun geklets tijdens de les. De dagen vlogen om, leerzame dagen. Gert keek er met een goed gevoel op terug toen hij zijn spullen pakte. "Zal ik je naar Gare de Lyon brengen?" hoorde Gert iemand achter zich zeggen. Hij keek om en zag, dat Ansèlme stilletjes in de deurpost van zij kamer was gaan staan. "Nee, ik kom er zelf wel en de trein vertrekt pas over anderhalf uur." "Ik sta erop, dan kunnen we onderweg nog wat praten en eventueel een koffie drinken." "Okay doen we.", antwoordde Gert.

Gert beleefde een onrustige treinreis naar Pontarlier. Hij had genoten van de kruidencursus in Parijs, zijn kennismaking met Ansèlme en de laatste kop koffie in zijn gezelschap op Gare de Lyon. Wat hadden zij elkaar veel te vertellen. Eén ding verontrustte hem. Bij hun afscheid had Ansèlme aan Gert voorgesteld elkaar te treffen bij het kasteel van Royer. Hij zou daar enkele dagen verblijven. Misschien had Gert zin om ook te komen? Ansèlme moest daar zijn voor een transactie met twee bijzondere flessen wijn. De huidige eigenaars uit de VS hadden via le bon coin twee bijzondere flessen wijn aangeboden, die hij niet kon weerstaan. Ansèlme wist niet, wat de geschiedenis van deze flessen was en dat vond hij interessant. Noch kon hij weten, dat Gert en alle anderen nauwe banden hadden met dit kasteel. Gert belde Knøbbig en Bart. "Hallo,", klonk de bekende stem van Bart. "Bart ik heb een probleem, waar ik het met jullie over moet hebben. In Parijs heb ik ene Ansèlme de Bordassonne ontmoet, een heel aardige wijnhandelaar. Hij heeft mij voorgesteld om elkaar over een paar weken te treffen in het kasteel van Royer, waar hij via internet een bod heeft uitgebracht op de twee bijzondere flessen. Ik ben bang, dat het de flessen met de rare Amerikaanse snuiter en de kille blonde Française zijn. Hoe kunnen we hem behoeden voor deze fout?" "Oh jeez, dat is niet mooi. Je gaat toch ook nog naar Pontarlier voor de kruidencursus van meneer Zimbo? Kun je hem meteen vragen om preventiekruiden voor de flessen en om Ansèlme te beschermen, want als ik je stem zo hoor, wil je dat toch?", antwoordde Bart. "Euh ja....", mompelde Gert. "Maak je verder niet druk, Knøb en ik bellen Huberte. Fijne reis verder en een dikke knuffel aan meneer Zimbo." Gert slaakte een zucht van verlichting. In Amsterdam koos Bart direct het nummer van Huberte Lapopp. "Bonjour ma chère....", zei Bart, "een kleine vraag. Kun jij in het kasteel wat voor mij doen?" "Bah oui."antwoordde Huberte, "heeft het iets te maken met de flessen, want de McGrows hebben deze op le bon coin geplaatst?" "Jij mag niet meer raden! Inderdaad. Kun jij even een truc uithalen in de kelder?" "Natuurlijk ik hou het in de gaten, bisou." antwoordde Huberte en hing op.

Gert beleefde een hele leerzame week bij Meneer Zimbo. Wat hij tijdens zijn opleiding tot kruidenarts had geleerd verbleekte bij de kennis van deze tovenaar. Meneer Zimbo legde geduldig alle werkingen van zijn poeders, tincturen en zalfjes uit. En waarschuwde meerdere malen om alles met mate te gebruiken, want zoals bekend hebben de middelen van deze sjamaan stevige effecten op mensen, zeker die van kwade zin zijn. Tijdens één van de cursusdagen besprak Gert zijn zorgen over Ansèlme en de flessen in Royer. Bij toeval was Ansèlme op de hoogte gekomen van de verkoop en kende hij de historie van de twee flessen en het gevaar niet. Gert wist niet goed, hoe hij dit moest vertellen aan zijn nieuwe vriend. Tevenzs zat hij in zijn maag met de rol van de McGrows, die in hun Amerikaanse kinderlijkheid deze wijnflessen op internet hadden gezet als specialiteit. Meneer Zimbo fronste en liep naar een kastje toe. Hij pakte een klein potje met een blauw roze gestreept etiket en zei: "Als jullie in Royer zijn, vraag dan aan Huberte, om tijdens het schoonmaken wat van dit poeder op het kussen van De Bordassonne te doen. Hij zal dan in zijn dromen de toedracht leren kennen van de flessen, zonder dat hij weet wat of wie erbij betrokken is. Het is in dit stadium niet veilig alles te vertellen over de geheimen van Royer." Gert knikte en dacht aan de tijd, dat hij ook nog niet tot de inner circle behoorde van de kennis van Meneer Zimbo. Zelfs tijdens zijn stage bij dokter Miboesa bleef alles vrij op de vlakte. Maar nu.... nu ging er in Pontarlier een wereld voor hem open. Een wereld vol kruidenmogelijkheden. Gelaafd met kennis vertrok Gert richting Mâcon, waar Madeleine Bru hem zou ophalen van het station voor de laatste stage en om hem later naar de B&B van de McGrows te brengen. In Parijs pakte Ansèlme de Bordassonne zijn weekendtas in en fietste richting Gare de Lyon, opgetogen over zijn wijnaankoop en het weerzien met Gert.

Ondertussen hadden Bart en Knøbbig niet stilgezeten in Amsterdam. De inrichting van Gerts nieuwe praktijk verliep met rasse schreden. De wanden bekleed met gestreept oud roze en groen behang, waarop het schilderij van Millet mooi uitkwam. Een chique praktijkkamer, waar Gert aan de slag kon. Beide mannen waren blij met het resultaat. "Gelukkig zijn we klaar met deze klus. Wat denk je ervan als wij eens poolshoogte gaan nemen in Royer tijdens de Kerstdagen?", vroeg Knøbbig aan Bart. "Geen slecht idee, dan kunnen wij sowieso met Huberte praten en kijken wat voor een type die De Bordassonne is. Want ik wil niet dat Gert, nu hij alles op de rit heeft, weer in een volgend debacle belandt. want als ik hem zo hoorde gisteren vanuit Pontarlier heeft deze adellijke snuiter behoorlijk vat op hem", antwoordde Bart. Knøbbig pakte zijn mobiel en belde Huberte. "Allo, morgen komen wij naar Royer, kun jij vast de McGrows inlichten. Alles trouwens gelukt met de flessen?" "Hier loopt alles via plan, ik verheug me, om jullie morgen te zien. A demain!", zei Huberte. 

In Viré werd Gert van A tot Z door Madeleine bijgepraat over kruidentheeèn, pommades en kookkruiden. Deze reis was niet voor niets geweest. Samen met de kookkennis uit Parijs en de kennis van Meneer Zimbo was hij goed uitgerust om zijn nieuwe praktijk te starten. Nu nog een ruimte zoeken en opknappen. Op zijn mobiel zag hij meerdere berichten van Ansèlme. Die liet er geen gras over groeien. Hij was inmiddels in Tournus en zou morgen zijn intrek nemen in zijn kamer bij de McGrows in Royer. "Waar ben jij nu? Ik zit in hotel  Le Sauvage.", schreef de Bordassonne. Gert tikte een bericht terug, dat hij inmiddels bij Madeleine en Raphaël in Viré was en stelde voor om elkaar in het restaurant van Le Sauvage te ontmoeten dezelfde avond. Maar eerst zou hij op aanraden van Raphaël een bezoek brnegen aan de gravin Bledsky aan de overkant van Saône.

Madeleine had Gert naar de résidence van haar schoonmoeder, gravin Bledsky gebracht. "Je redt je nu wel, denk ik, zie je morgen in Royer.", zei ze, toen Gert uitstapte. Wat Gert tot dan toe niet wist, was dat de gravin de peettante van Ansèlme was. Dit kwam hij tijdens de thee te weten. Gravin Bledsky vertelde alles aan Gert over haar zus, die de moeder van De Bordassonne was. Tegenwoordig woonden zijn ouders niet meer op één van hun domeinen, noch in het appartement in Parijs. De ouders van Ansèlme hadden zich teruggetrokken in de bergen boven Menton. Door hun vertrek werd de last op de schouders van hun zoon groter. Het beheer van de wijndomeinen in de Bourgogne en Bordelais, actief zijn op de wijnbeurs van Bordeaux en alle andere verplichtingen, maakten het, dat Ansèlme nooit een geschikte partner had gevonden en hij bij de beau monde bekend stond als begerenswaardige vrijgezel. De gravin voegde eraan toe, dat wellicht haar petekind geen vrouw zocht en zo het geslacht Bordassonne in gevaar bracht. "Maar....", vroeg Gert, "Heeft hij dan geen broers en zussen?" "Ansèlme heeft één zus, die is getrouwd met een wat sjofele Italiaan. Ze wonen vlakbij Turijn en hij is autohandelaar. Niets mis mee, maar mijn zus en zwager willen niet, dat zij zich bemoeien met het wel en wee van alle bezittingen. Overigens hebben zij twee schattige zoontjes, maar totdat deze jongens meerdejarig zijn staat Ansèlme alleen aan het roer, in alle stilte. Zo is het geregeld." Gert schraapte zijn keel, wat veel informatie. Hij stond op en maakte aanstalten om te vertrekken naar Hotel Le Sauvage. "Beloof me, dat je niet aan Ansèlme vertelt, wat je van mij te weten bent gekomen." "Dat beloof ik", zei Gert en nam afscheid van de gravin. 

Gert liep langs de Saône naar de brug, waarmee je in Tournus kwam. Hij voelde zich een beetje flabbergasted. Zijn mobiel lichtte op en hij zag twee berichen van Bart en Knøbbig. Ze waren inmiddels in Royer. Gert drukte het telefoontje onder het laatste bericht in. "Hallo", klonk het aan de andere kant. "Hoi Bart, ik ben nu in Tournus, vanavond heb ik een afspraak met Ansèlme de Bordassonne. Ik zie er nu een beetje tegenop, want achter deze man zit een heel verhaal." "Maak je niet druk.", antwoordde Bart, "Ga gewoon naar die afspraak, waarvoor deze is gemaakt. Ga lekker eten. Je hebt toch van Meneer Zimbo wel wat verdwijnmemaarkruiden meegekregen? Wij zijn nu bij Huberte en gaan vanavond slapen in het kasteel. We kunnen je altijd komen halen. Maar probeer voor nu er een gezellige avond van te maken...Tot morgen." Bart had gelijk, dacht Gert en hij liep opgelucht richting Le Sauvage.

Het etentje in hotel Le Sauvage was erg gezellig, de twee mannen praatten honderduit over hun leven, hun gedachten en toekomstplannen. Een paar keer moest Gert op zijn tong bijten om geen vragen te stellen over hetgeen hij was te weten gekomen bij de gravin. Gelukkigerwijs waren er een honderdtal andere dingen om het over te hebben. Zoals de praktijk van Gert, de crisis in de wijnbouw, de schilder Millet, waar De Bordassonne ook een schilderij van bezat en andere dingen. Het werd een aangename avond. Ansèlme zag dat Gert moe was en stelde voor nog wat te drinken op zijn kamer. "Kunnen we morgen samen naar Royer." zei hij, "je kunt op mijn kamer slapen of ik vraag de receptie om een andere kamer voor jou." Van Gert hoefde Ansèlme niet om een andere kamer te vragen. Hij had toch zijn verdwijnmemaarkruiden bij zich. Affaire conclu. Ondertussen hadden Bart, Huberte en Knøbbig niet stilgezeten in het kasteel van Royer. Een mooie plek, om te klinken op de nieuwe fytotherapie-praktijk van Gert aan de Olympiaweg. Eigenlijk hadden Bart en Knøbbig het later willen vieren in Amsterdam, maar juist in het kasteel van Royer zou de verrassing nog groter zijn. De flessen waren zonder medeweten van de MacGrows verwisseld en Huberte had met een bevriende wijnbouwer uit Dulphey kunnen regelen, dat tot nader order de flessen in zijn kelder verbleven. Maar eerst moest het poeder zijn werk doen. Huberte had de kamer van De Bordassonne klaargemaakt en zijn kussen ingepoederd, zoals afgesproken met Bart. 

De volgende ochtend werd Gert wakker en keek naar Ansèlme naast hem. Hij had goed geslapen en was benieuwd hoe de dag verder zou gaan verlopen. En de komende dagen in het kasteeel. Gert pakte zijn mobiel en schreef een bericht aan Bart: "Goedemorgen, ik ben in hotel Le Sauvage, wanneer komen jullie ons halen. Het lijkt me handiger als Ansèlme ook meerijdt. Dan hoeft Madeleine niet apart naar Tournus." "Oh la la." grapte Bart terug, "Wij komen jullie rond elf uur halen, dan zijn we op tijd voor de apéro en lunch bij het kasteel, want Huberte heeft erg haar best gedaan." Gert glimlachte. "Goedemorgen", klonk het achter hem. "Goedemorgen schone slaper, heb je goed geslapen? We moeten zo ons boeltje pakken, want rond elven komen mijn Amsterdamse roommates ons oppikken." "Ik zou liever de hele dag hier in bed blijven, maar de plicht roept....", zuchtte Ansèlme, "vandaag ga ik eindelijk de bijzondere flessen wijn bemachtigen." en rekte zich uit. Je moest eens weten, dacht Gert en trok zijn t-shirt en trui aan. Ansèlme stapte uit bed en kleedde zich vlot aan. De twee gingen naar beneden, want ze hadden nog ruim de tijd, om te ontbijten.

Om elf uur stipt stonden Bart en Knøbbig voor het hotel in Tournus. De Bordassonne stelde zich voor aan hen en gevieren reden ze richting Royer. Gert wist niets van de verrassing, die beide mannen voor hem in petto hadden. "Hoe was je cursus, Gert, heb je veel opgestoken in Pontarlier?", vroeg Knøbbig achter het stuur vandaan. "Niet alleen in Pontarlier en niet alleen tijdens de cursus, het koken in Parijs was heel erg leerzaam en en passant ontmoette ik dit heerschap daar, wijzend naar Ansèlme. Bij Meneer Zimbo heb ik mijn ogen uitgekeken en ik was nog op bezoek bij de schoonmoeder van Madeleine, een vriendelijke dame." "Zo zo jij hebt niet stilgezeten, dan verdien je wel een paar dagen rust op het kasteel. We gaan leuke dingen doen in de omgeving, misschien heb je wel zin om ook mee te gaan, Ansèlme? Gezellig!", antwoordde Bart, terwijl hij knipoogde naar Knøbbig. Bij aankomst op het kasteel werden ze binnengelaten door Huberte, die klaar stond in de aangeklede hal. "Wat ziet het er feestelijk uit!", zei Gert tegen Huberte, "Is er een speciale gelegenheid vandaagbij de MacGrows?" "Nee, die logeren in Saint Tropez bij Brodgøde en Pierre en hebben mij gevraagd om de wijntransactie te doen met de meneer, die jullie bij je hebben. Ik ben trouwens Huberte Lapopp.", antwoordde Huberte en stak haar hand uit richting De Bordassonne, "Het wordt vanmiddag een fijne lunch met een aantal mensen. Meneer de Bordassonne, ik wijs u even uw kamer of moet ik zeggen jullie kamer?", giechelde Huberte.

Huberte, Ansèlme en Gert liepen de trap op naar de grote dubbele slaapkamer, waar zij de bedden had opgemaakt. Ze wees Ansèlme zijn bed aan en gaf een knipoog aan Gert. Deze begreep direct de boodschap. "Nu snel uitpakken heren, jullie worden zo verwacht beneden." Intussen waren Madeleine, Raphaël en de gravin Bledsky al gearriveerd, samen met enkele andere Bourgondische wijnmakers. De glazen werden ingeschonken met crémant de Mancey. Bart en Knøbbig hadden ondertussen en object met doek erover neergezet. Gert en Ansèlme kwamen de trap af. "Hè, wat doen mijn neef en tante hier?" "Ik zou het niet weten, zij zijn vrienden van Bart en Knøbbig, net als Madeleine en de andere wijnmakers." "Oh juist.", reageerde Ansèlme, zich direct realiserend, dat dit wel bits uit zijn mond kwam. Bart en Knøbbig namen het woord: "Welkom allemaal in het kasteel van Royer. Het was eigenlijk niet onze bedoeling hier te zijn, maar we zijn er toch! We willen namelijk onze huisgenoot en kruidenarts verrassen. Dat hadden we natuurlijk ook in Amsterdam kunnen doen, maar ja, daar mag hij zelf aan de slag. Wij hebben de laatste weken niet stilgezten. Gert was niet thuis, dus moetsen we wat om handen hebben.", lachend, "Daarom hebben wij onze handen uit de mouwen gestoken en voor jou een mooie praktijk ingericht voor je fytotherapeutische toekomst. Een voorwaarde: deze keer wordt het een succes! Haal het doek maar van de ezel daar!"  Gert stond totaal aan de grond genageld. "Toe dan!", zei Bart, "Dan doen we het samen." en pakte Gert bij de hand.  Het doe viel en Gert zag een naamplaat met GERT KLAM, fytotherapie. "Ik weet niet wat ik moet zeggen, behalve dank jullie wel Bart en Knøbbig", zei Gert en omhelsde beide mannen. Er klonk applaus en de stem van Huberte, die iedereen aan de tafel riep.

Ansèlme zat aan tafel naast zijn tante tijdens de lunch. Nadat ze wat beleefdheden hadden uitgewisseld, stelde hij aan haar de vraag: "Hoe wist je dat ik hier was?" Gravin Bledsky antwoordde: Nieuws gaat snel, Ansèlme, zeker als jij onaangekondigd twee bijzondere flessen komt kopen. De hele streek is al op de hoogte via de MacGrows. Zo gaat dat in de Amerikaanse expat goegemeente. Ik zal je een tip geven, vraag dadelijk aan Huberte of zij alvast de flessen voor je in een doos doet en op je kamer zet. Dan kun je ze discreet meenemen, zonder dat het in de Màcon Expres komt te staan. Voor nu ga je plezier maken met je nieuwe vrienden" "Dank je wel tante.", antwoorde Ansèlme.

Het werd een gezellige middag op het kasteel, die volgens goede Bourgondische traditie tot een uur of vijf duurde. De gasten werden uitgezwaaid. De Bordassonne had aan Huberte gevraagd, of zij de flessen voor hem wilde inpakken. "Geen probleem, ik zet ze dadelijk op de kamer." Ze wist wat ze ging doen. "Wij gaan nog even wandelen, ga je mee Ansèlme?, vroeg Gert. "Nee, nee, dank je wel, ik ben een beetje moe. Ik had dit spektakel ook niet verwacht. Ik ga even boven liggen. Misschien kunnen we vanavond samen wat doen?", antwoordde Ansèlme. "Prima, zie je later!" Knøbbig, Bart en Gert liepen de deur uit. De Bordassonne vertrok naar zijn mooie kamer. Daar haalde hij de flessen uit de kist, die Huberte had klaargezet. Hij was nieuwsgierig, want waarom leek iedereen op de hoogte van de bijzondere status van deze flessen en was hij als wijnexpert dat niet? Wat gaf het ook, hij had ze nu in bezit voor zijn collectie. Ansèlme trok zijn schoenen uit en ging op het bed liggen. Voor hij het wist dommelde hij in. "Kaboeng, kaboeng, kaboeng....", klonk het in de kamer. Ansèlme opende zijn ogen en zag de twee flessen zweven door de kamer. "Koenboe doe, kambelabang..."Op het plafond zag hij verschillende kleuren en strepen. De poeder van Meneer Zimbo op zijn kussen nam hem mee in een wat hij dacht een droom was. Kleuren wisselden geluiden af en vormden een ware rollercoaster in de kamer. Geschrokken was Ansèlme rechtop gaan zitten en zag dat de twee flessen waren verdwenen. De ensuite deuren openden en twee figuren liepen richting zijn bed. "Boewaba, boewaba klonk het en de kamer werd donkerder. Een man in het donker en een blonde Franse vrouw stonden naast zijn bed. Zij nam het woord: "Gelukkig komt u ons bevrijden uit onze benarde gevangenschap uit de wijnfles. Neem ons mee, seigneur De Bordassonne en wij zullen uw kasteel in de Gers gaan bewonen, om vanuit daar onze criminele praktijken voort te zetten." "NEE, Nee.", riep De Bordassonne en sloeg om zich heen richting de figuren. "Verdwijn uit mijn leven, ik hoef jullie niet noch de flessen." Er was een flits, er waren kleuren en ineens was alles weg. Ansèlme werd verdwaasd wakker en zag op het kussen naast zich een brief liggen. Op de envelop stond: DE FLESSEN VAN ROYER.

Ansèlme opende de envelop en begon te lezen. "Gefeliciteerd of beter gezegd veel plezier en geluk met de flessen, die je zojuist hebt verkregen. Niet zomaar wit en rood in een wijnfles, maar gevuld met gevaarlijk crimineel materiaal. In het kasteel van Royer bewaken wij deze heel streng, opdat de geest nooit uit de fles kan. Want dan zijn de gevolgen niet te overzien. Dit is wat de verkrijger moet weten. Niets meer en niets minder. Cordialement, Hugues!" Ansèlme was verward en herinnerde de woorden van zijn tante. Zat zij ook in dit verhaal? Hij trok zijn schoenen aan en pakte de kist met de wijnflessen. Eenmaal beneden riep hij Huberte en zei: "Ik zie er vanaf, leg ze maar terug. Ik zal de MacGows melden, dat ik geen interesse meer heb." Huberte nam de kist met flessen aan en antwoordde: "Wijs besluit, ga nu nog even uitrusten boven." De Bordassonne ging naar zijn kamer en viel direct in een diepe slaap. Huberte belde met de bevriende wijnboer en regelde, dat de echte flessen met de kille blonde Française en de rare Amerikaanse snuiter weer op hun plek in de kelder kwamen te liggen achter slot en grendel. Deze keer ook voor de MacGrows. Ze whatsappte naar Knøbbig en Bart: "Gelukt, nu nog de MacGrows."

"Ben je wakker?", klonk de stem van Gert, die Ansèlme in zijn zij porde. "Grumpf...", klonk het als antwoord, "Ik heb zo raar gedroomd en vond deze brief op het kussen naast me.", Ansèlme wees naar de envelop. "Ik heb de flessen met de geesten teruggebracht naar Huberte. Vogens mij was deze aankoop geen goed idee. Wist jij hier meer van?" "Om je eerlijk de waarheid te vertellen: Ja, ik wist hier meer van, net als velen hier in de omgeving van Royer. Maar ik kon je niet verbieden de flessen op te gaan halen hier in het kasteel. Noch de MacGrows vertellen, dat zij deze niet te koop mochten aanbieden. Je had me niet geloofd, als ik je het hele verhaal had verteld achter deze flessen. Alleen ingewijden kennen de ware toedracht. Daarom heb ik niets gezegd. Sorry het kon niet anders. En na onze kennismaking in Parijs vond ik jou belangrijker dan de geesten uit de fles, die al genoeg rampen hebben veroorzaakt." Ansèlme keek Gert boos aan, maar realiseerde zich direct, dat het zijn eigen keuze was geweest. Hij had immers zelf zijn zinnen op deze flessen gezet. Hij vergaf Gert zijn zwijgzaamheid. "Wist je ook van de dromen, die ik heb gehad en de brief?", vroeg Ansèlme. "Nee, dat niet en ik raad je aan niet op onderzoek uit te gaan, deze dingen gebeuren hier in het kasteel. Zo ben ik zelf ook ooit via kruiden van Meneer Zimbo genezen van mijn malversaties. Noem het bescherming. Je wist vantevoren niet welke rampen de twee geesten uit de flessen kunnen veroorzaken", antwoordde Gert en streek Ansèlme door zijn haren, "Kom we gaan nog even op pad, ga je mee?"

Inmiddels hadden Bart en Knøb hun auto volgepakt om verder te rijden naar de Hérault. Ze zagen Gert en een beetje beduusde De Bordassonne van het bordes richting de auto lopen. "Zo zo, Ansèlme, welkom in de club!", grapte Bart. "Ja het is wel bijzonder, waarschijnlijk moet ik jullie bedanken voor deze ervaring, mijn tante waarschuwde me tijdens de lunch vanmiddag ook al. Fijne reis voor jullie twee zuidwaarts en ik hoop jullie snel in Amsterdam te treffen.", antwoordde Ansèlme een beetje verlegen. De twee mannen stapten in en zwaaiden. Weg waren ze. Zowel Gert als Ansèlme stonden een beetje bedremmeld naast elkaar voor het kasteel. "Wat nu, we hebben onze eerste storm gehad?. Kom, we gaan even naar de Charolais koeien kijken en daarna stappen we in de auto van Huberte naar Tournus voor een drankje.", zei Gert en pakte de hand van Ansèlme, die hierdoor begreep, dat het het één of het ander was geweest. 

Gert en De Bordassonne brachten nog enkele dagen door op het kasteel van Royer. Bij het afscheid zei Huberte tegen Ansèlme: "Seigneur, ik zal goed op de flessen passen, hier in het kasteel zijn ze het veiligst op hun plek. Goede reis!" Gert gaf Huberte een knipoog en stapte in de gereed staande taxi. "Dank je wel voor alles Huberte, ik weet zeker, dat de flessen bij jou in goede handen zijn." zei Ansèlme en stapte bij Gert in de taxi. Naar het station van Tournus en terug naar hun eigen en gedeelde leven......






Reacties

Populaire posts van deze blog

Pelle Grød gaat op pad in Occitanië.

De verkoop van het kasteel van Royer.