Pelle Grøds Parijse avonturen.



Hun romance was van korte duur gebleken. Héloise had gesnakt naar de solitude en Alpenlucht in Fix. Parijs was niet haar stad had ze gezegd. Ze had Pelle voor het blok gezet. Weg uit de stad. Weg bij Bru et sa Bresse. Terug naar Savoye. Voor Pelle was het allemaal geen optie. Hun liefde verbleekt en met het verkleuren van de bladeren kwam haar vertrek dichterbij. Pelle bracht Héloise naar het Gare de Lyon, waar ze afscheid namen. Voorgoed! Het had geen zin om elkaar aan het lijntje te houden.
Pelle keek over de rivier waar traag een bateau mouche aan de toeristen de geneugten van Parijs liet zien. Geneugten, waar Pelle, al een half jaar in deze stad, van was gaan houden. Hij miste de stilte van het Noorden niet, de fjorden, de lange winters. Naar Parijs gaan was in zijn ogen 'het beste wat hij had gedaan. Ach en natuurlijk het verslaan van de Palunk *, maar dat was een andere tijd en een ander verhaal. Pelle glimlachte, hij keek naar de herfstkleuren op de kade. Zag stelletjes wandelen langs de bouquinistes, de stalletjes met prenten en boekjes. Op de hoek van de boulevard St Michel stapte hij een boekenzaak binnen, met nieuwe en oude boeken. Hij vond op een stapel een werkje "fantasmes de Paris" Pelle grinnikte. Hadden ze dan ook spoken in Parijs? Daar had hij tot nu toe niets van gemerkt.Natuurlijk kende Pelle het verhaal van de phantôme de l'Opéra. Maar dat was natuurlijk fictie. Hij rekende het boekje af en liep naar een café. Hij bestelde een koffie en begon te lezen. Over geesten in kelders, spoken in de spelonken, enge creaturen op de place Denfert. Over het spook van de métro. De laatste was niet zozeer een spook, maar gewoon een stoute man die in de metro vrouwen in de billen kneep en dan plots verdwenen was. Uiteindelijk bleek het spook van de metro een notaire te zijn uit Neuilly. Pelle moest lachen om dit verhaal. Hij dronk zijn koffie op en legde het geld neer. Terug naar de kookschool, zijn laatste middag bij Bru et sa Bresse.
Hij liep terug naar de Rue Martignac. Naar de kookschool van Madeleine Bru. De Madeleine, die hem betoverde in Louhans. Zo hadden ze elkaar ontmoet, op de markt, met al het gevogelte. En dan dat eten van haar. Maar, er was wat veranderd in Pelle. Hij voelde zich onrustig. Hij had gekookt in Amsterdam voor de koning, was voor de liefde en het koken naar Parijs verhuisd. En nu kriebelde het in Pelle. Hij wilde meer. Weer vorsen, de lagen doorgronden van wat hij zag. Wandelingen maken. Absorberen Dat omzetten in beelden, zoals hij in de winter in Bläske deed. Parijs bood Pelle een prachtig decor voor zijn overpeinzingen. Als hij niet in de kookschool moest werken, nam hij de metro en vond daarna wandelend zijn weg terug naar de Rue Martignac. Hij had een nieuw dagboek aangeschaft en noteerde daarin al zijn indrukken. Beelden van schilderijen in het Musée d'Orsay, de vlooienmarkt bij Saint Ouen en de Rue Belleville. Er was een nieuwe wereld voor Pelle open gegaan. Hij had op een avond Brodgøde, die de scepter zwaaide over de kookschool in vertrouwen genomen. "J'en ai marre", had hij haar gezegd. "Ik ben niet meer verliefd op Héloise, heb geen zin meer in het koken van eten. Ik ben een wandelaar, een vorser. Fantomen jagen mij nu achterna. Ik ga er iets mee doen." Brodgøde kende Pelle al sinds zijn kindertijd en begreep precies, wat hij bedoelde. Pelle had lucht nodig, fantasie, projecten en zelfreflectie van tijd tot tijd. "Je hebt ons heel goed geholpen, lieve jongen, maar de de wereld is groter dan de Rue Martignac. ga hem weer ontdekken." Brodgøde sloeg haar arm om hem heen en gaf hem een dikke zoen. "Je moet weten dat ik het Noors spreken zal gaan missen. Het was fijn je hier te hebben. Dank je.", zei ze.
De volgende dag pakte Pelle zijn spullen in. Hij had een kleine studio gevonden in de Rue du Temple. Tijdelijk kon hij daar wonen. Het was de woning van een vriend van Knøbbig en Bart, die ooit eens voor de liefde in de Marais was beland. Kennelijk was dat een soort virus dat velen naar Parijs bracht. Pelle grinnikte. Brodgøde laadde de 2CV in en bracht hem naar zijn nieuwe onderkomen. Ze had allerlei leuke dingen voor Pelle gekocht bij het grote Zweedse woonwarenhuis. Samen richtten ze de studio in. Aan het einde van de dag waren ze tevreden over het resultaat. Pelle en Brodgøde schonken een glas Viré in en keken de Rue du Temple in. "Jij gaat het hier wel vinden, ik ben zo blij voor je.", zei Brodgøde. "Ik ben ook blij en benieuwd wat de toekomst hier gaat brengen.", antwoordde Pelle. "Tijd om te gaan, de kookschool wacht!", lachte ze.
Pelle bracht haar naar haar auto en ze omhelsden elkaar. "Ik zie je nog wel, bon soirée!" Pelle liep terug naar boven. Lopend naar zijn nieuwe studio leek het alsof hij naar boven werd gedragen. Hij ging op zijn slaapbank zitten, nam nog een slok Viré en nam zijn nieuwe onderkomen in zich op. De balken, de deuren, het kleine keukentje. het bloemetjesbehang op het plafond. Hij pakte zijn Nordische mes en een stuk Noors wrakhout, dat hij al die tijd had bewaard. Pelle begon te snijden.
Het beeld kreeg een vorm, Pelle dacht aan de wannabee djangoe in de tuin van Knøbbig en Bart. Wat hadden die twee gastvrije jongens en hij een avonturen beleefd. Met Edna van het Tropen Museum, met de koning en zijn mooie prinses. De kookschool op het Jacob Marisplein. Pelle zag alles voor zich, terwijl zijn mes het Nordische hout af pelde. Hij werd er bijna melancholiek van. Zijn mobiel ging over. "Bon soir, ik excuseer me, dat ik u op dit moment stoor. Vous êtes Pelle?", vroeg een zwoele stem. "Oui Madame, je suis Pelle Grød" "Ik bel u vanwege het spokenboek, dat u onlangs aanschafte. Er staan verhalen in, die u misschien interesseren, maar geen nut voor u hebben. Ik weet dat u een vorser bent. Maar ga het niet doen!" Tuut,tuut, tuut klonk het daarna, Pelle was verbaasd. was zijn boekje over de phantômes de Paris dan zo belangrijk , dat een vreemde vrouw hem zomaar belde? Pelle schonk een glas wijn in en opende de karnt. Nouveaux phantômes découverts dans le métro, kopte de Figaro. Hij lachte en dacht na over deze onzin. Wat had zijn aangeschafte boekje nu met dit artikel te maken? Ach waarschijnlijk de onwennigheid van op zichzelf wonen. Dan ga je van zelf spoken zien. En geloven in rare telefoontjes. Morgen zou hij even meneer Zimbo bellen.
De nieuwsgierigheid van Pelle was gewekt. Hij moest en zou het netwerk van de ondergrondse gaan verkennen. Waar zaten die spoken, wie waren ze? Pelle was het telefoontje van de onbekende dame allang vergeten. Hij had vaker op geesten gejaagd in het hoge Noorden. Hij belde meneer Zimbo in Pontarlier. "Bonjour Mr Zimbo, ik heb een vraag over spoken", zei Pelle., "bij tijd en wijle schijnen deze in de metro rond te waren. Ik ben gestopt met werken bij Bru et sa Bresse en wilde nu weer eens iets nieuws gaan ontdekken." "Wees voorzichtig, Pelle, wie weet wat je allemaal gaat aantreffen. Ik ken het verhaal van de markiezin de Boulouroux, die samen met een aantal edelen woont onder de metrohalte Ledru-Rolin. Daar organiseren ze bals en feesten alsof de Revolutie nooit plaatsgevonden heeft. Overdag beroven ze mensen in de metro. Dus nogmaals kijk uit wat je doet. Je hebt toch nog wel de Nordische geestverjaagkruiden?", antwoordde meneer Zimbo. "Ja ik weet wat ik moet doen als ik in nood kom, tot later.", zie Pelle en hing op.
Hij spoedde zich naar de buurtbibliotheek aan de Place des Vosges. Hij wilde alles weten over het verdwijnen van een groep edelen. Pelle kwam erachter dat een groep edelen in de dagen voor 14 juli 1789 zich hadden voorgedaan als revolutionairen. Toen het geweld in de straten van Parijs losbarstte, hadden zij als zogenaamde rebellen een aantal kamers in het Louvre leeggeroofd en de schatten in een ondergrondse ruimte verstopt. Voordat de edelen zich definitief vestigden onder de grond hadden ze een fortuin bij elkaar gesprokkeld. Toeval wilde dat daarboven metrostation Ledru-Rolin later werd gebouwd. In dit station hoorde laat op de avond muziek en lachen en het rinkelen van glazen, Pelle las verder. Dit was ongelofelijk dacht hij, maar meneer Zimbo kende het verhaal ook. De mare ging dat het fortuin van markiezin de Boulouroux aan het opraken was. De geesten bedienden zich dus van hun oude methode. Het beroven van aardse stervelingen. Wat een verhaal. Pelle zette de boeken terug op hun plek en liep terug naar de Rue du Temple.
De volgende ochtend belde Pelle Grød meneer Zimbo in Pontarlier. "Ik ben heel wat te weten gekomen over de markiezin van Boulouroux. Zij is de leidster van een bende rovende edellieden. Zij doen dit als sinds de Revolutie. Ik heb ook ontdekt, dat ze in het metrostation Ledru Rolin hun feesten houden. Ik was van plan eens poolshoogte te gaan nemen" Meneer Zimbo antwoordde: "Wees voorzichtig mijn jongen, het zijn gevaarlijke lieden. bereid je voor met de ziemeniet-pillen, die ik je gaf. Deze zullen je helpen, net als bij de Palunk destijds." "Dank u wel meneer Zimbo en ik hoop u snel weer eens te zien!", zei Pelle. "Dat kan snel zo zijn, want ik ga naar Parijs voor het sjamanen congres. Ik logeer bij Bru et sa Bresse. Dus als je hulp nodig hebt?", lachte meneer Zimbo en hing op.
Pelle liep naar het metrostation in het tiende arrondissement. Hij liep de trap af en keek of het perron veilig was. Aan het einde van het perron zat een kleine deur. Pelle nam een ziemeniet-pil in en liep richting de deur.
Hij passeerde de deur zonder gezien te worden. Pelle liep de trap af en kwam aan in een spelonk. Wat hij daar zag tartte alle beschrijving. het leek de spiegelzaal van Versailles wel. Overal brandden luchters, Er hingen grote portretten aan de wanden. Het was alsof hij bij de Zonnekoning zelf op audiëntie ging. Pelle liep door de gangen en zalen. de één nog mooier dan de ander. Er was niemand te bekennen. Het was overdag. dan waren alle edelen op pad. het was druk met toeristen in Parijs. Waarschijnlijk vertoefden de edelen nu bij het Trocadéro of op de trappen van de Sacré Coeur. Onschuldige toeristen die ineens hun tas kwijt waren of hun portemonnee. Pelle zou eens op een avond terug komen, om te kijken hoe ze hun buit verdeelden. Ineens bedacht hij dat er een bovengronds iemand moest zijn in Parijs, die meer wist. Pelle haastte zich naar boven, voor de pil was uitgewerkt. Hij liep naar de Marais. Nam een kop koffie onderweg. Hij pakte zijn mobiel en belde het nummer van de vreemde dame, die hem enkele dagen geleden had gewaarschuwd.
"Allo", klonk de vrouwelijke stem aan de andere kant. "Goedendag mevrouw, ik bel u om een afspraak te maken. U vertelde mij niet mijn neus te steken in dit verhaal. Maar u triggerde mij en ik ben op dit moment heel wat te weten gekomen over de markiezin van Boulouroux en haar trawanten. Ik heb uw hulp nodig en ik vermoed u de mijne", zei Pelle. Hij vervolgde: "Kunnen we morgen in de tuinen van het Palais Royal afspreken om 11 uur? Ik zit op en stoel ter hoogte van Le Grand Véfour." "D'accord, u herkent me aan een gebloemde jurk.", antwoordde de vrouw. Pelle was tevreden. Hij maakte die avond een salade Baltique en dook in de boeken. Tijd om hout te snijden was er niet. Wat zou die dame te vertellen hebben?
De volgende ochtend stapte Pelle op zijn fiets, een gewoonte uit zijn Amsterdamse tijd. Parijs was goed te behappen met de fiets. Hij was exact om 11 uur in de tuinen van het Palais Royal. Hij las zijn boek en zag in de verte een mooie blonde vrouw, gekleed in een chiffon jurk met vrolijke bloemen. Hij pakt een andere stoel. Liep op de vrouw af en stak zijn hand uit. "Enchanté madame, ik ben Pelle Grød." "Mijn naam is Stéphane de Boulouroux, ik ben een nazaat van de markiezin van Boulouroux, die met haar kornuiten de stad onveilig maakt. Uit schaamte belde ik u om te verhinderen dat u op onderzoek uit zou gaan. Maar ik ben blij dat we elkaar treffen. Ik ben van mening veranderd en vind dat het stelletje edelen in het metrostation gestopt moet worden. U heeft toch ervaring met dit soort plaaggeesten?", antwoordde de dame. Pelle vertelde haar hoe hij ooit in het Noorden de Palunk had aangepakt met de kruiden van meneer Zimbo. Hij wilde dit ook wel proberen met de edelen in metrostation Ledru-Rolin. "Daar ben ik heel blij om. Ik ga kijken wanneer alle edelen samenkomen en bel u dan" En weg was Stéphane. Pelle stapte op zijn fiets en reed naar de kookstudio Bru et sa Bresse. Hij had dringend Nordische kruiden nodig.
In de keuken aan de Rue Martignac verzamelde Pelle alle kruiden die hij nodig had, Hij las aandachtig de instructies van meneer Zimbo door en wreef het Nordisch mos en de geheime mix van de sjamaan in de vijzel fijn. Dit moest voorkomen dat de edelen voortaan nog op rooftocht door de stad zouden trekken. In een telefoongesprek had Pelle te horen gekregen, dat hij zich onzichtbaar moest begeven in de keuken van het metrostation Ledru-Rolin. Stéphane zou daar die dag voor de markiezin en de edelen koken. Een aardappelsoep. Pelle zou zijn kruiden in deze soep strooien en weer weggaan. Hij had Stéphane uitdrukkelijk verteld niets te eten die avond. "Ja dat zal ik doen", antwoordde zij. Ook had Pelle haar gewaarschuwd voor de transitie die plaats zou vinden. Voor Stéphane zou dat best opwindend kunnen zijn. Pelle was er in de clan van Knøbbig, Madeleine en anderen wel wat taferelen gewend geraakt. Op de achtergrond zou hij toekijken en ingrijpen.
Pelle fietste naar de Rue du Temple en ging zijn kleine appartement binnen. Hij maakte iets te eten en nam een dubbele dosis ziemeniet-tabletten in. Na zijn maaltijd liep hij richting  Place de la  Bastille en via de Rue Feaubourg Saint Antoine naar het metrostation. Pelle genoot altijd van deze tocht langs de zuil en de grote stadshuizen met hun binnenplaatsen. Bij het station aangekomen opende hij de de deur naar de spelonken. het was een drukte van belang beneden. Alle edelen zaten aan tafel. Hij aarzelde niet en liep door naar de keuken. "Psst.", fluisterde Pelle,"Ik ben er nu. Jij kunt mij niet zien. Ik leg het zakje mix op het fornuis. Strooi het in de soep"
"Dank je wel", fluisterde Stéphane. De kok naast haar keek vervreemd op. "Oh, ik mompelde wat in mijzelf. Ik ga nu de soep afmaken"  Stéphane de Boulouroux strooide het mengsel in de soep en riep: "Jongens jullie kunnen de soep serveren!" De lakeien brachten de soep naar binnen. Alle edelen, die tot dan toe lang op het diner hadden gewacht pakten hun lepel en aten gretig hun bord leeg. De hele dag stelen maakte best hongerig. Het duurde even, maar na enkele minuten, vielen allen in een diepe slaap. Stéphane stuurde de kok en lakeien naar huis, voor eens en altijd. "Jullie zijn nu weer vrij jongens, wat hier vanavond gaat gebeuren is een keerpunt. Voor de edelen en voor de mensen in Parijs." Zij gaf elke lakei een flinke hand geld mee. En weg waren ze. Voor altijd verlost van deze adellijke kwelgeesten.
"Psst.", fluisterde Pelle, "nu gaat het beginnen". Hij strooide blauwe miboesa-korrels door het spelonk en een violette mist trok op. Pelle begon te zingen: "Allons noblesse de la patrie, le jour de guérison est arrivé. Boulou perpi boulou marki, bonga boulou boulou." Het begon te beven. Boven de witte pruiken verschenen zwarte wolken, die als vanzelf naar boven gezogen werden door de trein die net passeerde. "Bungu bounga, allons noblesse, tout s'en va", zong Pelle verder. Gele en oranje flarden slingerden zich langs de edelen. Stéphane wist niet wat ze zag. Het hele spelonk vulde zich met een serene rust. De zwarte wolken maakten plaats voor geuren en kleuren. Eén van de edelen ging rechtop zitten en wreef in zijn ogen."Eén voor één werden ze wakker, behalve de markiezin de Boulouroux. "Zij krijgt een aparte behandeling", fluisterde Pelle. Pelle, nog steeds onzichtbaar, liep naar de markiezin toe en strooide wat blauwe miboesakorrels over haar heen. Ze werd wakker en verkleurde van paars naar oranje. In haar oor fluisterde Pelle: "Madame la marquise, u moet uw leven beteren en gaat, zo gauw u geel kleurt. de edelen aansporen om alle bezittingen te rug te brengen deze nacht." De markiezin verkleurde. Ze werd geel en lichtte op. "Heren edelen, wij zijn te ver gegaan. Wij hebben onszelf verrijkt ten koste van de burgerij van Parijs. Dat was nooit de bedoeling van de Revolutie. Om klokslag twaalf gaan wij alle bezittingen, die we hebben geroofd uitstallen op de Place de la Bastille. Morgen zal iedereen ze terugvinden." Eén graaf uit de Vendée keek wat glazig naar de markiezin, maar werd terstond afgestraft door haar blik. "Niet piepen allemaal, we moeten dit doen!" Stéphane glunderde bij het zien van alle edelen, die de spullen verzamelden. "Ik ga nu naar huis,"zei Pelle zachtjes" "Dank voor je hulp. Dit had ik niet alleen gekund",fluisterde Stéphane.
De volgende dag was het een drukte van belang bij de zuil op de Place de la Bastille. Het verkeer liep vast Alle gedupeerden vonden hun spullen terug. Pelle zat op een bankje en zag het hele spektakel. Hij glunderde tijd om weer terug te gaan naar het hoge Noorden. En de edelen? Zij leven nog steeds in het spelonk en verzorgen tegenwoordig thema-avonden.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Hugues Ronsard gaat op zoek.

De Amsterdamse zomer van Knøbbig en Bart

Brodgøde is back in town