maandag 14 januari 2013

Luigi Spirali en de lichtgevende olijfboom





Luigi Spirali en de lichtgevende olijfboom

De ochtend begon vroeg voor meneer Zimbo. Hij sloot de luiken van zijn huisje in Pontarlier en startte zijn auto. Een mooie rit door de Alpen volgde, langs bergen, dalen en kloven. Hij reed rustig en voelde zich vrij. Lucht om zich heen. Een aantal weken op pad, nieuwe mensen leren kennen en nieuwe smaken. Dat deed meneer Zimbo altijd goed. Aan het einde van de middag was hij bij de grens. Hij nam een snelle duik in de zee. Vanavond zou hij nog in Menton slapen om morgen een tocht door Ligurië te maken. Naar de markt van Ventimiglia, wierook halen bij de priester van de tsaar Nicolaaskerk in San Remo. En wie weet wat er meer op zijn weg kwam? In ieder geval Ligurische olie. Dan lunch en weer terug naar Menton. Die avond liet meneer Zimbo zijn bourride goed smaken in de haven en ging vroeg naar bed. Hij las nog wat en al snel vielen zijn ogen dicht.
De volgende dag pakte meneer Zimbo zijn rugzakje in met een kaart, een flesje water en sigaretten. Meneer Zimbo rookte zelf niet, maar sigaretten waren altijd een makkelijk kennismakingsmiddel. Hij had een scootertje gehuurd en was van plan de bloemenkust tot San Remo te volgen. Eerste stop was Ventimiglia, waar hij altijd bij zijn vriendin Rosa Majesta koffie ging drinken, alvorens de markthallen te bekijken. Meneer Zimbo ging zitten op het terras en bestelde een ristretto, want hij hield nu eenmaal van zwart en sterk. Deze koffie herinnerde hem aan het verre Ethiopië, waar hij geleerd had koffiedik te lezen. Naast hem streek een ouder heer neer, met een zwierige hoed. De man bestelde een koffie en sloeg de krant open. Meneer Zimbo kon het niet laten mee te lezen. “Weer een lichtgevende olijfboom bij Spirali” kopte een artikel. Zijn aandacht was meteen gewekt. Bij het afrekenen vroeg hij aan Rosa: “Waar kan ik die olijfboom vinden?” Rosa antwoordde: “Zimbo, laat toch, Spirali maakt er elk jaar daarboven in Dolceacqua een spektakel van… Ik geloof het niet dat een olijfboom blauw licht geeft en elfen aantrekt. Maar ja, als je het wil onderzoeken ga dan de heuvels op naar dat dorp. Succes en tot snel!” Meneer Zimbo stond op en groette de oude man. Hij zou morgen eens kijken of hij vanuit Menton dat dorp kon bereiken.
De avond viel en meneer Zimbo reed langzaam terug naar Menton. Hij kon hier wel aarden, bedacht hij, in deze mooie streek.. Morgen zou hij op pad gaan om een huisje te huren in Dolceacqua. Dan zat hij dicht bij de bron van de lichtgevende olijfboom. En zou hij meer tijd hebben om Luigi Spirali te doorgronden. Meneer Zimbo draaide het nummer uit de advertentie: “Goedenavond meneer Handey, ik zag op internet, dat u uw huis verhuurt in Dolceacqua. Graag zou ik het vanaf morgen een week huren. Kan ik morgen even langskomen?” “Ja hoor”, klonk het aan de ander kant van de lijn, “zo vlak voor de lunch?” “Prima”. zei meneer Zimbo,”tot morgen”en hing op.  De avond verstreek gemoedelijk op één van de terrassen van Menton. Hij at heerlijke soep en een kaasplankje na. Na het laatste glaasje Bellet vertrok meneer Zimbo naar zijn hotelletje en viel alras in slaap.
De volgende ochtend pakte meneer Zimbo zijn spullen in en reed snel naar Dolceacqua. Zoals afgesproken stond meneer Handey klaar voor de deur met de sleutels. Ze gingen samen naar binnen. Het huisje beviel hem en hij betaalde de huursom. Ze namen afscheid en meneer Zimbo pakte zijn spullen uit de auto. Na te zijn geïnstalleerd, belde hij snel met Brodgøde. “Hallo Brodje, ik zit nu op een heerlijk stekkie. Hebben Pierre en jij zin om komen weekend te komen naar hier?” “Hartstikke leuk, wat zal Pierre daar blij mee zijn. We hebben je al een tijdje niet gezien”, antwoordde ze.  “Okay zie ik jullie aanstaande vrijdag, bacio!” , zei Zimbo. “Køsjes van mij” lachte Brodgøde. Zo dat was nu pas een gezellig vooruitzicht. Hij ging naar buiten en besloot meteen naar het huisje van meneer Spirali te gaan zoeken. Die hing toevallig op zijn balkonnetje. “Hallo”, riep meneer Zimbo,”mag ik even boven komen. Ik ben afgestudeerd medicijnman en wil graag meer weten over uw lichtgevende olijfboom?” “Maar natuurlijk riep Luigi: “Kom binnen!” Eenmaal binnen groetten de mannen elkaar en Luigi begon zijn verhaal: “Ik ben 43 jaar geleden in Bari geboren, mijn ouders waren arm en konden het niet rooien met hun boerderijtje net buiten de stad. Aangelokt door fantastische verhalen verhuisden ze naar Napels, waar ik als straatjongen opgroeide. In deze stad maakte ik kennis met het Smorfia getallen boek…” Luigi zuchtte even. “Dat is een heel oud getallenboek, waarmee je je dromen kunt duiden en ook mee kunt gokken. En dat heb ik veel gedaan. Schulden en hum eisers zorgden ervoor dat ik moest vertrekken en zo belandde ik in Ligurië” Meneer Zimbo slikte. Daar moest hij meer van weten. “Maar…” vervolgde Luigi, “daar ben je niet voor gekomen. Ik raad je aan als je meer over Smorfia wilt weten naar Chiara Angostura te gaan in Napels. Zij weet er echt veel van en heeft me als kind veel geleerd. Ik wil het nu hebben over mijn lichtgevende olijfboom, want daar kom je toch voor?” Zimbo knikte. “Mijn lichtgevende boom is ontsproten aan een hele oude tallegio olijfpit, die ik bij mijn vertrek uit Napels meekreeg van Chiara Angostura. Ze gaf me de opdracht uit deze pit een boom te kweken, waarmee ik hier een toekomst kon opbouwen. Dat ging niet zomaar. Zij heeft mij een heel recept meegegeven, waar de boom mee wordt gevoed. Marmerslijpsel uit Carrara eens per maand een theelepel. Zeewater uit Livorno één kopje per jaar. Sneeuw van de Mercantour. Maar het allerbelangrijkste ingrediënt is de warme steen, die nooit afkoelt. Ik heb hem destijds gehaald boven op de Vesuvius en altijd in de buurt van de boom gehouden. Vulkanische warmte uit Campanië. Ik kan je dagen vermoeien met de andere ingrediënten, maar jij bent hier om de kunsten van mijn boom te zien. En de voorspellingen. Zullen we eerst even een hapje eten?” Dat was niet tegen dovemansoren gezegd. Meneer Zimbo had trek gekregen. Tijdens de lunch, die bestond uit penne met huisgemaakte pesto en als secondo een duifje met zoete appelsaus, vertelde de gastheer eindeloos over zijn olijfbomen en in het bijzonder de lichtgevende. Het was zijn handelsmerk geworden. Mensen kochten een fles van het intens groene goedje uit de olijgaard en kregen er en passant een antwoord bij gebaseerd op de kleur van de boom op die dag.
Het deed meneer Zimbo denken aan het licht, dat Pelle en Gudrun in het hoge Noorden opvingen tijdens avonden met noorderlicht. Plots herinnerde hij zich dat de dag erop zijn gasten kwamen. “Dat is iets voor mijn vriendin Brodgøde”, zie meneer Zimbo, “Zij heeft altijd veel levensvragen. Mag ik haar komende zaterdag meenemen naar de boom?” “Be my guest!”, antwoordde Luigi.  De mannen namen afscheid en meneer Zimbo keerde terug naar zijn huurhuisje. Die middag zou hij nog naar de Mercantour rijden om wat sneeuw te halen. Hij moest weten wat die sneeuw deed. Meneer Zimbo startte de auto en reed naar de top van de berg. Vanaf bovenop had hij een geweldig uitzicht op de baai van Nice aan de ene en de Ligurische kust aan de andere kant.
In een thermoskan deed hij wat sneeuw en daalde af. Wat voor een kleur zou zijn gelato krijgen als hij deze sneeuw mengde met zijn kruiden, zijn alsem uit Pontarlier. Zou het het groen van de groene fee worden? Wat een avontuur begon deze reis te worden, dacht hij en glunderde.
Luigi liep tevreden door de olijfgaard. Zijn bomen stonden er mooi bij. Een voordeel van zijn lichtgevende olijfboom was dat mensen van heinde en verre naar de markt van Ventimiglia kwamen om zijn olie te kopen. Goede olie, dat wel, maar niet specialer dan de olie van anderen. Het was de mythe van de lichtgevende olijfboom, die het hem deed. En nu wilden ook nog die twee mensen van dat bekende culinaire adres uit Parijs olie uit zijn productie kopen. Hij zou die actrice en haar verloofde met alle égards ontvangen. Pierre ter Braecke en Brodgøde genoten van hun vakantie. Ze gingen naar Saint Tropez, zaten in een hotelletje in Cannes. Maakten tochtjes, bezochten markten. Ze verheugeden zich op het bezoekje aan Zimbo. Gezellig zou dat worden. Hij had vast een zeker iets leuks in petto voor het verliefde paar.
De reis langs de Corniche verliep voorspoedig en vlak na de lunch kwam het paar aan bij het huurhuisje van meneer Zimbo. Hij stond al klaar om ze te begroeten. In zijn traditionele tuniek uit Kinshasa. “Kom binnen, kom binnen, lachtte hij “Ik ben zo blij jullie te zien. Het is hier heerlijk en het husje van meneer Handey is prima. Ik hoop dat jullie vanmiddag zin hebben om met mij naar de olijfgaard van meneer Spirali te gaan?” “Ja leuk”, zei Brodgøde, “wij hebben er veel zin in en willen ook zijn befaamde olie proeven, niet waar Pierre?”
Pierre knikte en gedrieën gingen ze naar binnen waar Zimbo lekker knalgroen ijs had staan. Zelfgemaakt van de sneeuw van de Mercantour. Na het ijs, gingen de lovebirds naar hun kamer. Ze fristen zich op. Buiten stond meneer Zimbo al klaar. Ze reden naar Luigi Spirali toe. Bij aankomst werden ze hartelijk ontvangen. “Jullie moeten mijn olio proeven”, verwelkomde Luigi zijn gasten. Ze liepen de cantina in onder het huisje van Luigi en zagen allerlei schaaltjes staan met olie. De proeverij was geslaagd te noemen. Pierre liep even naar buiten. Hij had een onbestendig gevoel. Er klopte iets niet met deze olie. Hij was kwalitatief goed zoals zoveel Ligurische olieën, maar het leek wel een blend. Hij riep Brodgøde bij zich en fluisterde haar toe: “Ik wil alvorens we kopen eerst met Madeleine bespreken, wat zij er van vindt.”  Luigi gaf ze een monster mee en zei: “Nu gaan we de lichtgevende boom bekijken” Ze liepen er naartoe. Wat zagen ze? Niente, nada, niets. De lichtgevende boom gaf geen licht. Pierre keek meneer Zimbo vragend aan.
De gasten vertrokken en Luigi zat met zijn handen in het haar. Hij was ontmaskerd en het was zijn eigen schuld. Hij had nooit goedkope olie moeten menegn door zijn eigen product. De boom strafte hem nu door geen licht meer te geven. Luigi pakte zijn mobiele en belde Chiara Angostura: “Pronto, ik wist het Luigi”, bitste Chiara hem toe “ik had zo gehoopt dat de goede invloed van de boom je op de juiste weg zou houden” “Maar …”, stamelde Luigi. “Niets te maren schoffie. Ik zag dit al aankomen. Toen ik net je nummer zag bevestigde dat mijn voorgevoelens. De enige wijze waarop de boom kan worden gereanimeerd is met de code van nummers die ik je ga sms-en. Deze moet worden uitgesproken door je donkere gast bij de boom. Hij heeft ook speciale kruiden. De culinaire journalist controleert daarna of alle nepolie door jou verwerkt is tot lampolie voor het eiland Lampedusa. Ik hoop dat je daarna je les hebt geleerd. Want hele het dorp zal het weten, als je olie brandt op Lampedusa.” , Chiara hing op.
Dat werd nog een vreemde dag. Het enige wat Luigi nu kon doen is wachten op de sms en alles opbiechten aan meneer Zimbo en aan Pierre. Ping klonk het en Luigi zag de cijfers 1-4-13-22-45-71. Chiara had zes begrippen uit de Napolitaanse smorfia gebruikt. Italië, varken, San Antonio, gek, goede wijn en man in de problemen. Hij kon alleen maar hopen dat Zimbo hier een goede formule mee kon maken en de boom weer licht ging geven. Het tweede wat hij moest doen was nagaan in hoeveel flesjes hij lampolie voor Lampedusa kon schenken. En hoe moest dat er komen. Luigi aarzelde niet en belde Rosa Majesta in Ventimiglia. Rosa vertelde Luigi dat over twee dagen de boot met vracht vertrok en de flesjes mee konden. Werk aan de winkel dus voor Luigi en hij startte direct met vullen en inpakken.
In het huurhuisje van meneer Handey namen Brodgøde, Pierre en meneer Zimbo de merkwaardige dag door. “Die olie gaan we niet gebruiken in Bru et sa Bresse, er is mee gerommeld. En dan die niet lichtgevende boom.”, zei Pierre. “Luigi is een straatschoffie en het kan bijna niet anders dan dat hij iets gedaan heeft om meer te verdienen. Ik vermoed dat hij olie mengt met goedkope olie. Daarom geeft de olijfboom geen licht meer. Ik bel zo even mijn Napoiltaanse vriendin Chiara Angostura. Want…, wat Luigi niet weet, is dat zij mij al jaren kent en mij een sleutel kan geven om de boom te herstellen via smorfia.”, antwoordde Zimbo.  Hij pakte zijn mobiel en tikte een sms. Ping klonk het een minuut later. Meneer Zimbo las de tekst er stond: 51 de tuin. “Ik denk dat we morgen nog eens naar meneer Luigi Spirali gaan!”, lachte hij.
Luigi Spirali was vroeg op pad naar de luchthaven van Genova. Hij had honderd lampjes gemaakt, zoals Chiara Angostura had gezegd. Deze lampjes moesten vanavond aangestoken worden op het eiland Lampedusa als saluut voor het continent van meneer Zimbo. Hij leverde het pakket in en gaf het adres van zijn neef Bonito Volcano op. Hij had zijn familie op Lampedusa gevraagd om om zeven uur precies alle lampjes aan te steken. Rond die tijd zou meneer Zimbo de  formule bij de boom uit gaan spreken. Luigi was er gewoon zenuwachtig van. Op de terugweg lunchte hij rustig in Savona met uitzicht op zee. Hij zou nooit meer domme streken uit halen. Wat dacht hij wel toen hij goedkope olie had gemengd met de mooie gouden olie van zijn olijfgaard. In die in had Rosa Majesta een punt gehad. Zij geloofde niet dat er zoiets bestond als een lichtgevende olijfboom en zeker nier bij dat schoffie van een Luigi. Dit was de klap voor hun verkering geweest.
Na de lunch belde hij Chiara Angostura. Hij vertelde haar dat de lampjes op weg waren naar Lampedusa. “Ik ga het controleren, kereltje, want als ze niet branden, dan werken alle inspanningen van meneer Zimbo ook niet. Wij wisten allebei allang dat het niet goed kon gaan met je. Meneer Zimbo is niet voor niets met vakantie in Ligurië. Ga nu maar doen wat ik verteld heb. En vergeet niet dadelijk als je uit Savona terug komt wat Vesuvius poeder aan de boom te geven.” “Zal ik doen Chiara”, en Luigi hing op. Hij reed snel terug naar Dolceacqua, versleepte de boom naar een centrale plaats en strooide wat Vesuvius poeder in de pot. Hij kleedde zich snel om en wachtte op meneer Zimbo.
Brodgøde en Pierre wilden graag mee, maar Zimbo had gezegd, dat om ongewenste effecten op  hen te voorkomen, zij beter thuis konden blijven. “Het gaat een uur duren en vergt veel van mijn Congolese energie, misschien kunnen jullie een lekkere confit maken met het poeder van  Bru et sa Bresse.” Brodgøde en Pierre gingen direct aan de slag. Ze bereidden een heerlijke eendenconfit op de wijze van Madeleine Bru. Het hele huisje van meneer Handey rook naar eten. Om zes uur vlak voor zonsondergang stapte meneer Zimbo in zijn auto en reed naar Luigi. Hij had zijn speciale tuniek met de geel, rood en zwarte print uit Kinshasa aangetrokken en twee veren in de revers gedaan. In zijn zak zat het drankje van Gudrun uit het hoge Noorden.
Meneer Zimbo kwam aan bij de boerderij van Luigi. De mannen begroetten elkaar en Zimbo zei tegen Luigi bij de bomm te gaan zitten. Het was bijna zeven uur ’s avonds. Meneer Zimbo gaf Luigi een slok van het drankje van Gudrun, het anti Palunken middel. “We gaan beginnen”, sprak hij, “Ik ga eerst op internet kijken of de lampjes branden” Zo gezegd zo gedaan. De olie op Lampedusa vormde een saluut aan Afrika, het continent van meneer Zimbo.
“We gaan beginnen, Luigi!, zet je schrap, er kan veel gebeuren, stak meneer Zimbo van wal, “ 1 is voor Italië ” Direct werd het wazig voor de ogen van Luigi. Hij zag de trulli van Puglia, het Colosseum in Rome, de toren van Pisa, de dom van Florence, de kazen van Parma en ten slotte de olijfboom van Dolceacqua. “4 is voor varken, Luigi” Het werd biggetjes roze voor de ogen van Luigi en hij zag zich zelf nog als onschuldige jonge peuter in Bari spelend met één van de biggetjes. Een traan pinkte uit zijn rechteroog. “13 is voor San Antonio van Padua, hij zal je helpen het licht terug te vinden, 22 is de gek” Direct zag Luigi zich als straatschoffie in Napels, de beelden waren grijs en vol armoede. Hij hield zich slechts bezig met andere mensen op te lichten en te roven. Plots donderde het boven Dolceacqua en de beelden verdwenen. “Dit wilde ik nu nooit meer herinneren en meemaken, wat ben ik toch dom geweest!”, riep hij vanaf zijn stoel tegen meneer Zimbo. “45 staat voor goede wijn en is een metafoor hoe mooi het kan zijn” Luigi kreeg een visioen van groene hellingen vol wijnranken, daarnaast mooie olijfbomen en een cornucopia van fijne producten. Stralend verkocht hij deze op de markt van Ventimiglia, naast zijn nieuwe vrouw Rosa Majesta. Droomde hij? “71 is de man in problemen, die je nu gaat verlaten”  Het werd groen, toen oranje en Luigi had het idee dat hij ging flauw vallen. Het duizelde en boven hem zag hij flarden verwarde gedachten vliegen als boze duiveltjes. “En nu komt 51, il giardino, spreek me na Luigi!” “Ik beloof plechtig op deze dag om nooit meer aan malversaties mee te doen, te zorgen voor de kwaliteit van de olijfboom en de geliefde met wie ik in deze gaard ga wonen. Ik ga zorgen dat positiviteit regeert in mijn leven”, sprak de heer Zimbo. Luigi antwoordde: “Ja dat beloof ik” en herhaalde de woorden van meneer Zimbo.
Als door een wonder begonnen de zilveren blaadjes op te lichten en verschoten de jonge vruchten naar een fel groen. De olijfboom was terug en Luigi ging zijn leven beteren. Meneer Zimbo stak de twee veren in de pot van de boom en stapte in zijn auto.
De maaltijd die Brodgøde en Pierre hadden gemaakt smaakte heerlijk. Confit met verse tagliatelle. Alle drie genoten ze buiten op het terras. “Zimbo, hoe wist jij dat Luigi met de olie knoeide?”, vroeg Brodgøde. “Dat wist ik helemaal niet, dat kwam er zomaar bij, doordat Pierre het niet helemaal vertrouwde. Gelukkig is deze olie nooit in de winkel in Parijs terecht gekomen. En wat Luigi betreft, de fout die hij maakte is dat hij met zijn gedrag de beschermelfen wegjoeg van zijn olijfboom. Hij probeerde zich mooier voor te doen met slechte olie en praatjes. Daar kan deze aardse boom niet tegen. Wat er is gebeurd, is dat hij met het mengsel van Gudrun uit het hoge Noorden tot inkeer is gekomen. De rest ging vanzelf, omdat de olijfboom zichzelf wel redt. Vanavond als het laat is zullen de kleine elfen weer dansen rond de boom. En het gekke eraan is dat alleen brave zielen dit zien. Dus als mijn methode vandaag heeft gewerkt zal Luigi ook de elfen weer zien.”, antwoordde meneer Zimbo. “Dus euh, wij gaan ook kijken vanavond?”, vroeg Pierre
“Als jullie daar zin in hebben?”, lachte Zimbo “Ja”, klonk het in koor.
Na het eten wandelden de drie door het verlaten Dolceacqua. Ze bewonderden de sterren aan de onbewolkte hemel. Genoten van de rust. Meneer Zimbo was blij. Het verliefde stel maakte hem happy. In de verte zagen ze een blauwe gloed. Het spektakel was begonnen. Zachtjes liepen ze het erf op om naar de boom te kijken. De zilveren blaadjes straalden lichtblauw, de olijven mintgroen en boven de takken zweefden twee elfen. Zij zongen een lied wat niemand kende. Het klonk van: “Eidi loek hier dan djoemeladie roedel diedel da, eidi loek hier dan djoemeladie roedel diedel da. Hahaha roedel diedel da, hahaha roedel diedel da. Djoemeladie roedel diedel da hahaha” Ze waren buitegengewoon in hun sas. “Wat een spektakel”, sprak Brodgøde hees, “Nu snap ik waarom jij hier naartoe op vakantie bent gegaan. “Juist”, zei meneer Zimbo, “Kom we gaan nog een grappaatje drinken” De volgende dag namen ze afscheid van meneer Handey en zijn huisje, stapten in hun auto’s. Pierre en Brodgøde op weg  naar Parijs, meneer Zimbo terug naar Pontarlier naar zijn huisje.
En Luigi Spirali? Hij pakte de telefoon, koos een nummer en bij de klik aan de andere kant zei hij: “Goedemorgen Rosa, kan ik koffie komen drinken bij je? Ik heb ontzettend veel te vertellen.”

Geen opmerkingen:

Een reactie posten