maandag 14 januari 2013

Madeleine Bru en haar stoverij





Madeleine Bru en haar stoverij.

Louhans,  een mooie marktplaats. Elke maandag verzamelde de hele Bourgondische Bresse zich tussen de honderd arcades voor de weekmarkt. Buiten het stadje was het een gekwater, getok en geschetter van jewelste. Louhans, de pluimveehoofdstad van de Bourgogne. Met zijn fiere kippen, eenden en niet te vergeten de mooie kippenhoedster Madeleine Bru. Alle handelaars wachtten elke maandag tot Madeleine kwam met in haar achterbak haar mooie kippen. Wat een producten maakte zij. Van verre zagen ze de rode bestelbus al aankomen en alle jonge mannen uit Louhans en omgeveing spoeden zich dan naar de bus om als eerste de kippen te mogen uitladen. Want, degene, die het eerste hielp, mocht daarna met de mooie Madeleine koffie drinken, voordat zij  begon met haar kippen verkoop. Voor Madeleine zat de marktdag er meestal na een uurtje op, zo geliefd waren haar blauwpoten en haar confìts. Ze had dan alle tijd om het verdiende geld gelijk te steken in wat nieuwe kleding en een lunch. Want van kleding hield Madeleine Bru. En ook van mannen. Het gebeurde regelmatig dat Madeleine één van de jonge mannen meenam in haar rode bus voor een korte siësta met een lekker glaasje witte Mâcon voor- en achteraf. Ach, je moest wat doen om de tijd te doden en aangezien Madeleine de mooiste meid tussen Louhans en Mâcon was, zwermden de jonge kerels om haar heen. Toch had Madeleine een droom. Zij fantaseerde over de grote stad, waar ze nooit was geweest. Parijs, Parijs… voor Madeleine een grote magneet.
Vermoeid kwam Madeleine terug uit Louhans. Ze had nog snel een mooie nieuwe peignoir gekocht. Vanavond ging ze lekker sudderen voor de haard, terwijl in de keuken de confìt gaarde. Dit gerecht had Madeleine wereldberoemd gemaakt in heel de Bresse. Het had een betoverende werking op iedereen die het at. Je proefde de smaken van het land, je lichaam verwarmde zich bij elke hap. Ja zo moest eten zijn. Madeleine maakte nog snel een ronde langs de kippen in het veld en sloot de poort van haar fermette. Tijd om de avond te beginnen. Ze schonk een glas witte “douceur d’automne” wijn in. Zoet en elegant van de wijngaarden aan de overkant van de rivier de Saòne. Een stuk verse paté erbij. Wat een heerlijk begin van deze avond. Madeleine dacht aan Raphaël, de jonge wijnboer, van wie ze zo veel had gehouden. En de passies die zij deelden. Hij was een jonge wijnboer uit Chardonnay en maakte betoverende wijnen. Iedereen aan weerszijden van de rivier vond dit koppel een coup de coeur!. Maar het mocht niet zo zijn. Madeleine had andere dromen, waaronder Parijs.
En ze wist hoeveel met hoeveel andere vrouwen het was afgelopen, als ze trouwden met een wijnboer. De rest van je leven slijten in een bloemetjes schort op het erf, terwijl je man na het werk op het land meteen de plaatselijke kroeg in dook. En dan jij achter de potten en de pannen.Toch miste ze Raphaël nog dagelijks.
De volgende morgen was Madeleine vroeg uit de veren, als je dat al kunt zeggen over iemand die kippen houdt. Ze voerde de jonge eendjes in de stal en wierp een blik op de legkasten. “Lekker veel eieren. Dat wordt een mooie omelet”, dacht ze. De bakker kwam langs en legde  het dagelijkse stokbrood in een nis de muur. Madeleine pakte de krant uit de bus en ging naar binnen. Ze schonk een kop koffie in, sneed een homp stokbrood af en begon de krant te lezen.
“Accident grave sur le N6, viticulteur blessé” stond er boven een foto van een blauwe Peugeot 407. Madeleine schrok, ze zag de laatste letters en cijfers van de kentekenplaat. Dit was de auto van Raphaël. Zonder nadenken schoot ze vlug haar laarzen en jack aan en sprong in haar rode bestelbus. Ze vermoedde dat hij wel in het grote ziekenhuis in Mâcon zou liggen. Via de brug over de rivier bij Pont de Veaux reed ze zo snel als ze kon maar de noordkant van de stad, waar het hagelnieuwe ziekenhuis lag. Ze vroeg aan de balie waar Raphaël lag. Chambre 425 was het antwoord. Eenmaal boven zag ze in de gang zijn moeder, mevrouw Druot zitten. In tranen. “Hoe durf je hier te komen?”zei ze zacht, “Jij, die mijn zoon het hoofd op hol bracht en hem daarna weer dumpte voor de volgende scharrel. Jij bent een heks. Als jij niet in zijn leven was gekomen, had hij niet zoveel gedronken en was hij niet bij Montbellet uit de bocht gevlogen” Madeleine keek haar aan en zei gedecideerd: “Madame, Raphaël is niet gaan drinken vanwege mij, we waren nog steeds goede vrienden. Alleen hadden we andere toekomstdromen dan de uwe. Hij met zijn wijn, ik in Parijs.”  Ze slikte en vervolgde: “We waren inderdaad een coup de coeur, en haddden veel plannen.
Raphaël wilde stoppen met de wijngaard zodra u en monsieur Druot ermee ophouden. Dan zou ons leven beginnen. Ik zou de kippenboerderij verkopen en Raphaël de wijngaarden. We zouden samen naar de hoofdstad gaan en daar een wijn en confît zaak beginnen… Dat, madame, is de waarheid, niet de uwe!” Ze liep de kamer binnen en zag hem liggen. Misschien versnelde dit ongeval hun gezamenlijke plannen wel. Rustig ademend lag Raphaël op het bed. Madeleine geloofde er heilig in dat het wel goed zou komen met hem. Morgen zou ze een grote pot kippenbouillon met haar geheime kruiden meenemen. Van de geur alleen al zou hij zeker opknappen. Bij het weggaan keek ze madame Druot indringend aan. Heks, hoe durfde ze?
Twee weken vlogen voorbij, dagelijkse ritjes met rillettes, confìts en soepjes voor de patiënt. Madeleine deed alles om hem weer op de been te krijgen. Raphaël knapte wonderwel op en mocht weer naar huis. Daar zou mevrouw Druot hem wel weer gaan bemoederen, dacht Madeleine. Het was echter te vroeg om met hem over haar plannen te praten. Madeleine moest eerst weer eens naar Pontarlier in de Jura. Op bezoek bij meneer Zimbo uit Congo.
Deze man wist alles over geneeskrachtige kruiden en leverde al jaren het geheime ingrediënt voor alle producten van Madeleine. En de kruidenmix waardoor haar kippen zo gezond werden. Madeleine genoot altijd van de mooie rit door de bossen over de bergen van de Jura. Het was mooi helder weer en Madeleine stopte even om de omgeving te bekijken. Ze was bijna bij meneer Zimbo. Hij woonde in een klein huisje, dat van buiten niets verried over zijn afkomst. Zo’n keurig Frans plattelandshuis met luiken en een moestuin. Binnen was het één en al Afrikaanse zon en kleur. Grote trommels en maskers aan de muur. Voeg daar bij de gulle lach van meneer Zimbo en je werd instant vrolijk. Madeleine vertelde meneer Zimbo over het ongeluk en hoe ze Raphaël had genezen met de geheime kruiden. “Maar”, begon ze “ik ben in dubio over mijn plannen, meneer Zimbo. Moet ik ze alleen vormgeven of blijven strijden tegen mevrouw Druot, om haar zoon?” Meneer Zimbo glimlachte en zei: “Madeleine, jij mooie meid, zo ken ik je helemaal niet. Jij als sterke zelfverzekerde kippenhoedster. Twijfels? Niet doen. Ik voorspel dat jij snel naar Parijs gaat om daar de wereld te verbazen met je kunsten en je uitstraling”
 Madeleine werd weer blij en bedankte meneer Zimbo voor zijn woorden. Ze dronken nog een kop thee en bij het afscheid zei hij: “Naast je gewone bestelling heb ik een potje speciale kruiden in je mand gedaan. Gebruik ze met mate, voor instant succes… Veel geluk!” Madeleine gaf meneer Zimbo een dikke zoen en stapte in haar bestelbus. Op weg naar huis voelde zij zicht licht en happy. Aangekomen bij een bergmeertje, stapte Madeleine uit de auto,  trok snel haar jurk uit en sprong in het water. Wat was zwemmen in kristalhelder water toch lekker. Na het zwemmen bleef ze nog even liggen op haar handdoek in de warme zon. Dromend over wat ze zou gaan bereiken in Parijs. Bij thuiskomst was het business as usual. Kippen voeren, eieren rapen, eendenkuikens tellen. Ze zou dit gedoe ook wel missen. Wie zou voor haar dieren gaan zorgen en haar producten maken. Maar wie A zegt… Ze zou snel een advertentie op het bord in Louhans hangen voor een vervangster.
Die maandagochtend, vroeg uit de veren en op naar de markt. Madeleine laadde haar auto vol met kippen, eieren en eendenkuikens. Potten met coq au vin en rillettes. Ze nam vandaag wat extra mee, omdat het wel eens druk zou kunnen worden. Onderweg naar de markt zag ze de boeren in het veld, druk bezig met van alles en nog wat. Dat beeld zou Madeleine wel gaan missen, maar ja, ze kon altijd op bezoek komen. Raphaël, zo meldde hij haar aan de telefoon, zou voor een vervangster zorgen, een nicht van hem uit Lacrost. Voor haar een goede manier om geld te verdienen en Madeleine bleef zeker van de kwaliteit. Ze zou vanaf woensdag stage komen lopen bij Madeleine. Spannende tijden. Ze richtte haar kraam in en voor ze het wist stroomden de klanten toe. Opeens zag ze hem, de grote blonde man, waarvan ze niet wist wie hij was. Hij kwam zeker niet uit de Bresse of de Mâconnais. Maar waar dan vandaan? Was hij een Zwitser of… Madeleine kon haar ogen niet van deze vent afhouden, zo anders dan de mannen die ze kende hier uit de omgeving. “Do you speak English?”, hoorde Madeleine de man zeggen. “A petit bit”, antwoordde ze, where are you from? My name est Madeleine Bru”
De blonde man zei: “Mijn naam is Pelle Grød en ik ben op doorreis door dit mooie land op zoek naar een tante, een filmster uit Saint Tropez. Ik kom zelf van de Noordse fjorden, bij Bläske en ben hier met mijn vriendin en haar kinderen” We hoorden van de overbuurvrouw in het dorp waar we logeren dat deze bekende markt was” “O juist”, antwoordde Madeleine, wat moet dat anders voor jullie zijn hier op het Franse platteland” “Ja”, zei Pelle,”ik ben vorser en ik ben altijd nieuwsgierig naar nieuwe dingen, zo ook deze markt. Kan ik wat potten van je kopen om mee terug te nemen naar het hoge Noorden. Zou jij die voor mij dan willen bewaren, zodat ik ze op mijn weg terug ophaal?” “Zal ik doen”, zei Madeleine en gaf Pelle een veelbetekenende blik, die de mannen als zo lang kenden in Louhans. Maar Pelle Grød niet! “Binnenkort ga ik me vestigen in Parijs”, zei Madeleine, “misschien wil je daar lansgkomen? Ik zal mijn mobiele nummer even opschrijven.” Pelle bedankte haar en stopte het briefje in zijn zak. Hij nam alvast één pot confìt mee, niet wetende dat dit een speciale versie was. Vanavond zouden Gudrun en hij er van smullen. “A bientõt” riep Pelle haar nog na. Madeleine geloofde het niet. Bestonden zulke mannen? Zo groot, gezond, met ogen als heldere meren en golvend blond haar. Jammer dat hij een vriendin had. Zou die tante dan Brodgøde zijn, de blonde filmster uit het Noorden?  Deze marktdag beloofde een bijzondere te worden. Zoals gewoonlijk was Madeleine weer snel van haar koopwaar af en was het tijd voor een kopje koffie, wat lunch boodschappen en een misschien eens een paar leuke schoenen. Ze liep op wolken, onder de arcades van Louhans, langs de winkels. Schoenen kon ze niet vinden, maar dat maakte niet uit. Ze had zin om snel naar huis te gaan, in bad en dan vanmiddag met de trein naar Lyon. Voorbereidingen voor haar grote avontuur. Maar eerst tijdens de siësta dromen van Pelle.
Aan het einde van de middag parkeerde Madeleine haar bestelbus bij het station van Mâcon, ze haalde haar tas eruit en liep naar binnen. Ze kocht snel een kaartje bij een norse man en spoedde zich naar het perron. Over 45 minuten zou ze in Lyon zijn. Madeleine ging eens in de zoveel tijd naar deze stad, om te genieten van de anonimiteit. Hier wist gelukkig niemand dat zij de mooie kippenhoedster uit Louhans was. Altijd als Madeleine de stad in ging transformeerde zij zich in een vrouw van de wereld. De trein kwam eraan en Madeleine stapte in. Ze genoot van de rit langs de rots van Sulutré, verder door het Saônedal, langs de groene zee van wijngaarden van de Beaujolais en het land van de geelstenen dorpen, om uiteindelijk uit te stappen op gare Saint Paul in oud Lyon. Ze hoorde haar mobiel en nam op/ “Niet doen Madeleine, niet doen”, sprak een stem, “Ik heb je vanmiddag gezien, haal je niets in je hoofd, deze Scandinavische man komt nog één maal in je leven om de confits op te halen.” “Meneer Zimbo?”, zei Madeleine een beetje beduusd terug. “Ik zag je blik vanmiddag, Madeleine, deze man is niet voor jou, maar voor zijn vrouw en kinderen bestemd. Zij komen uit een ander avontuur en zijn vol verwachting op pad naar hun tante Brodgøde in Zuid Frankrijk. Verstoor deze droom niet, zeker niet met het poeder dat ik je heb gegeven. Over enkele weken ga jij naar Parijs en zul je het poeder hard nodig hebben! Ik heb dit in de botjes gelezen”.”Sorry, meneer Zimbo”, antwoordde Madeleine, “ik denk dat ik vanochtend op de markt me liet gaan. Hij, die Pelle,is zo anders dan als die mannen uit de Bresse. Ik weet dat hij niet in mijn plannen past, maar toch. Ik zal het poeder niet gebruiken en me inhouden. Dag meneer Zimbo, ik moet nu gaan, ik rijd Lyon binnen.” “Fijne avond”, hoorde ze meneer Zimbo nog zeggen en een klik. Madeleine stapte uit de trein en stak het pleintje voor het station over. Ze dronk snel een kop koffie en wandelde over één van de Saônebruggen richting de place Bellecour. Ze checkte in in haar hotel. Morgen zou ze in de Zolastraat mooie kleding gaan kopen, lekker gaan lunchen bij de oude kathedraal en voorbereidingen treffen voor haar Parijs avontuur. Madeleine zou het mooiste uit de Bresse en het fijne van deze stad gaan neerzetten in Parijs. En in haar stoverijen. Na het apéritief stapte Madeleine een bouchon binnen. Ze was hongerig. Na een groot bord met fijne charcuterie en een spannend glas rosé uit de Beaujolais, nam ze als hoofdgerecht quenelles van snoek in Nantua saus. Ze genoot van het eten en de atmosfeer. Via één van de spiegels zag, of beter voelde ze ogen gericht op haar.
De tijd vestreek snel, Madeleine werkte op de fermette het nichtje van Raphaël in en drukte haar op het hart de juiste verhoudingen van kruiden en poeders in de confits te gebruiken. Ze pakte al haar spullen in de rode bus, van elegante kleding, potten, pannen tot mooi servies. Het avontuur was begonnen. Ze nam afscheid van de markt en de jongens aldaar. Ze nam afscheid van Raphaël, negeerde zijn moeder madame Druot. Checkte nog één maal haar kippen en kuikens. En weg was ze, met haar rode bestelbus. Sinds ze in Lyon was geweest merkte Madeleine dat ogen haar volgden. Niet op de manier, die ze was gewend. Niet het vol verlangen staren zoals de jongens op de markt deden.
Nee, Madeleine had het gevoel, dat ze werd bewaakt. Door wat of wie was haar een raadsel. Fluitend reed ze Parijs binnen, op naar de straat, Rue de Martignac 12, waar zij een kleine verlaten épicerie had gehuurd van een verre neef van haar vader. Hij was ooit naar Parijs getrokken. “Het zat dus in de genen”, dacht Madeleine. De winkel lag vlak bij de Rue de Bourgogne, waar heerlijke verse waar werd verkocht en ook niet ver van de boulevards van de linkeroever. Madeleine werkte hard aan de ruimte en toverde de winkel om in een fijnproeversnest. “Bru et sa Bresse” stond er in fiere letters op de gevel. De schappen waren goed gevuld, de tafels om van alles te genieten stonden gedekt. Het kon beginnen. Madeleine hoorde haar mobiel en nam op: “Hallo”, zei ze,”met wie spreek ik?” Aan de andere kant van de lijn hoorde ze meneer Zimbo: “Hallo Madeleine, ik hoop dat alls goed met je gaat, maar van wat ik heb gezien, ben je helemaal klaar voor de start. Mijn ogen hebben me niet bedrogen. Je zult in korte tijd veel gaan beleven. Mensen zullen smullen van je Bressaanse eten en gelukkkig je pand verlaten. Dat is je doel Madeleine. Mijn ogen zullen over je waken en ongewenste elementen buiten houden. Maak er een succes van!” Ze hoorde een klik en weg was hij. Dat was dus wat Madeleine telkens voelde, in Lyon, op de markt en nu in Parijs. Nou in ieder geval was het fijn een beschermengel te hebben. Ze stond nog na te denken over het telefoontje, toen ze de deur hoorde.  Een beetje gezette man van middelbare leeftijd kwam binnen. “Goedemorgen”, zei hij,”bent u Madeleine Bru uit Louhans?” Mijn naam is Pierre ter Braeck en ik ben van het tijdschrift Food Magic. Ik hoorde dat u hele speciale producten maakt en verkoopt. Ik zou graag eens een keer met u meelopen en een stukje schrijven.” “Dat kan altijd”, glimlachte Madeleine, “volgende week ga ik open en start met wat speciale workshops. U bent van harte welkom!” En zo kwam de openingsdag dichterbij. Op de avond van de opening was iedereen uit de buurt aanwezig, ook waren meneer Zimbo, Raphaël en Pierre ter Braeck van de partij. Het feest werd nog groter toen Madeleine zag dat Pelle Grød de moeite had genomen om te komen. In gezelschap van Gudrun, actrice Brodgøde en de kinderen. “Ik moest nog wat potten komen halen. Zoiets heb ik nog nooit geproefd. Wat een gelukkige gerechten maak jij!”, zei Pelle. “Maar hoe wist je waar ik zat?”, antwoordde Madeleine. “Heel makkelijk, gewoon je neus volgen!”, lachte Pelle en drukte een dikke zoen op haar voorhoofd.
Het was de pers niet ontgaan, dat “Bru et sa Bresse” zelfs de wat sjachrijnige actrice Brodgøde een glimlach op het gezicht wist te toveren. “Chaleur de la Bresse bourguignonne” kopte de Match. Ook Pierre ter Braeck had een lovend stuk geschreven. Het werden drukke weken in de Rue de Martignac. Madeleine keek  naar het potje met het speciale poeder van meneer Zimbo. Tot op heden was haar charme voldoende geweest om succes te hebben. Misschien was het wel een placebo, maar het risico nemen op een proefpersoon durfde ze niet. Madeleine was druk bezig met de voorbereiding van een confit workshop. Die avond zou ze voor tien Noorse journalisten een banquet verzorgen. Eend en kip op allerlei wijzen. Van confît tot rillettes. Ook haar heerlijke recept voor poulet à la crème fraîche Bressane. Wat zouden deze mannen smullen en genieten. Het zag er allemaal goed uit. Madeleine haastte zich naar achter om zich om te kleden voor die avond. Ze hoorde haar mobiel  “Hallo Madeleine”, zei een vrouwenstem, “hier mevrouw Druot. Ik bel om je te zeggen dat ons wijnhuis geen contact meer met je wil en je op zoek moet gaan naar nieuwe Mâconnais wijnen. Ik heb Raphaël verboden nog contact met je te hebben.” Madeleine was te stupéfait om nog enige normale reactie te geven, dus hing gewoon zonder iets te zeggen op. Ze zocht het maar uit, dat mens! Ze ging verder met omkleden. Madeleine was tevreden, een mooie winkel en een knus achterhuis. Hoe had ze het voor elkaar gekregen. Ook maakten de berichten van de fermette haar blij. De kippen en eenden waren nog nooit zo gezond geweest en het nichtje van Raphaël was de nieuwe ster op de markt in Louhans. Madeleine hoorde de bel van de voordeur en liep naar de winkel. Daar stonden ze, tien Noorse blonde journalisten. Allemaal gekomen voor de workshop. Pelle had goed reclame gemaakt!. Dat kon je wel van hem zeggen. Ze verwelkomde de gasten met een glas crémant uit Mancey. Madeleine had haar magische slakken crèpes gemaakt. Deze amuse was instant succes. De gasten praatten honderduit en complimenteerden Madeleine. “Nu gaan we aan het werk”, riep ze boven de Nordische stemmen uit. Er werd gehakt, geklopt, gestoofd, de kruiden gevijzeld. De lucht was vol van geuren toen ze allen aan de lange tafel gingen om het gemaakte te verorberen. Het werd een lange en mooie avond. Alle gasten namen afscheid, voldaan en met die “Bru et sa Bresse” smile op hun gezicht. Daar had Madeleine al die jaren van gedroomd. Voldaan ging ze naar bed.De volgende ochtend maakte Madeleine de zaak schoon, fluitend. Het was een heerlijke dag om naar de markt te gaan, om verse ingrediënten te kopen. Ze stapte op haar fiets en reed over de boulevards naar de markt aan de Rue Mouffetard, de oude Romeinse uitvalsweg van het oude Lutetia. Wat een hoorn des overvloeds, fruit, groentes, paddestoelen, vis uit het Kanaal, zeevruchten… Te veel om op te noemen. Achter zich hoorde ze een bekende sonore stem. Even dacht Madeleine dat het Pelle was, maar het bleek één van de Noorse journalisten.
Het was Knøbbig, de bekende kok uit het Noorden, die vaak reportages maakte voor Poolcirkel TV. Madeleine groette hem en zei: “Ik hoop dat het gisteren naar wens was bij mijn workshop” “Maar natuurlijk” antwoordde hij, “Het was zelfs uit de kunst en ik heb veel geleerd over confît maken. Je weet misschien dat we veel ganzen hebben in het hoge Noorden en rendieren. Jij leerde mij gisteren heel veel toepassingen, die ik kan gebruiken in mijn kleine restaurant aan het fjord. Het was een mooie avond. Ik zou zo weer eens komen”  En voor Madeleine het wist was het eruit: “Heb je zin om te komen lunchen?” Ze spraken de volgende dag af.
“Ik wilde je al een tijdje spreken, ik realiseerde me dat ik je al jaren geleden ontmoet heb op de markt in Louhans”, zei Knøbbig. Hij nam een slok van de witte Douceur d’Automne en vervolgde: “Madeleine, je hebt een dijk van een concept hier neergezet met eerlijke producten. In deze queeste ben je vergeten aan de invulling van je leven te denken. Het is niet voor niets dat wij gisteren elkaar tegenkwamen op de markt. Ik heb na je leuke workshop nog met meneer Zimbo gesproken. Over het poeder. Ja, het poeder dat nodig is om Raphaël en jou weer samen te brengen. Door de halsstarrige houding van moeder Druot en jouw dromerij is er een kloof ontstaan tussen Raphaël en jou. En dat terwijl het zo mooi kon zijn. Kijk maar!”
Knøbbig strooide wat groen poeder in het waterglas van Madeleine, het was zonnestof uit het Noordse land. Meteen zag Madeleine Raphaël aan het werk op het land in zijn mooie wijngaarden. Daarna het beeld van zijn nichtje tevreden op de markt. Nog meer beelden, Raphaël in de keuken, in de cave, aan het inmaken. Wat deed hij veel voor haar. Madeleine slikte en vroeg: “Hoe weet jij dit allemaal en wat moet ik met deze beelden?” “Je moet nadenken en creatief zijn, het beste van beide werelden proberen te vangen, het poeder kan daarbij helpen. Richt je aandacht op drie dingen. De kippenboerderij, Raphaël en de winkel hier. En probeer Brodgøde te betrekken in je plannen. Zij wil weg uit Saint Tropez en zich vestigen in Parijs. Zij kan je helpen. Dat weten meneer Zimbo en ik zeker.” Madeleine was helemaal beduusd van de woorden van Knøbbig, maar hij had gelijk. Ze hoefde niet te kiezen, het was een kwestie van delen. Parijs met Louhans, Raphaël met zijn moeder.
Het begon haar te dagen. Ze aten rustig hun lunch op en bij het afscheid gaf Knøbbig haar een dikke zoen en zei: “ Ik ga naar mijn eigen thuisfront in het Noorden, hij zal me wel missen. Mocht je vragen hebben, bel me dan of doe een snuifje zonnestof in een glas water…” Madeleine liet er geen gras over groeien en pakte haar rode bestelbus in, tijd voor actie. Ze belde haar vriend Pierre ter Braeck en vroeg hem de winkel in de gaten te houden. Dat deed deze foodie maar al te graag. “Ik ben een paar dagen naar Louhans”, zei ze,”Kun jij ook een onderkomen voor Brodgøde versieren hier in de stad, het achterhuis is wat klein. Het liefst hier dichtbij de winkel” Het gezicht van Pierre ter Braeck straalde, kans om met Brodgøde op te trekken. Maar dat wist Madeleine nog niet. Ze hing op en gooiode nog snel de flesjes poeder in haar tas. Via de périphérique snelde ze naar de A6. “Bourgogne du Sud, here I come”, zong ze.
Het was inmiddels herfst aan de Cõte d’Azur en Brodgøde sloot haar huis en tuin af. Ze verheugde zich er zo op om naar Parijs te gaan. Ze had een nieuwe uitdaging gevonden, die goed bij haar paste. Workshops geven in de winkel van Madeleine. Als Pelle en Gudrun toch niet op bezoek waren geweest. Tja dan had ze hier nog de hele herfst en winter in een uitgestorven Saint Tropez gezeten. Maar dankzij de tip van Pelle vond Brodgøde een nieuwe uitdaging. Geen izegrimmen meer alleen thuis. Nee, ze kon nu haar acteurs kwaliteiten laten zien bij Bru et sa Bresse. Dit was niet de enige reden. Het hart van Brodgøde was sneller gaan kloppen toen ze de excentrieke foodie Pierre ter Braecke had ontmoet. Wat een leuke man had ze gedacht en meteen maar de daad bij het woord gevoegd.
De volgende ochtend was het dik aan tussen de twee. En nu zouden ze samen gaan werken tijdens de afwezigheid van Madeleine. Brodgøde sprong in haar 2CV en reed naar het noorden. Onderweg zou ze nog even in Louhans stoppen voor de laatste tips en trucs. Madeleine had ook nog wat kruiden van meneer Zimbo voor haar klaar liggen. Tegelijkertijd kwamen Madeleine en Brodgøde aan in Louhans. Eigenlijk niet verwonderlijk zo halverwege Parijs en de Midi. Ze groetten elkaar en Madeleine vroeg of ze een glas Saint Véran wilde. “Dat sla ik natuurlijk niet af”. Antwoordde Brodgøde, “Ik ben zo blij hoe alles is gelopen. Na mijn carriêre heb ik mij vlak boeven Saint Tropez teruggetrokken, alleen nog de ramp herhalend in de Nes fjord, versteend. Tot dat Pelle en mijn nichtje Gudrun kwamen. Een feest van herkenning. Ik ben zo blij dat ze me hebben overgehaald naar Parijs te gaan” “Ja dat is een wonder”, zei Madeleine, “Door Pelle ben ik ook anders gaan denken over alles. Vooral die TV reporter Knøbbig heeft mij wakker geschud. Terug naar hier en dan eerst orde op zaken met Raphaël, de wijngaard en de kippen. Er is iets magisch aan die mannen uit de fjord” “Je vergeet er twee”, zei Brodgøde, “meneer Zimbo met zijn wakend oog en natuurlijk Pierre, met zijn schrijverij.” “Dat is helemaal waar, zuchtte  Madeleine,”zal ik even verse eieren halen voor een omelet?” Ze ging naar buiten naar de ren en voelde de ogen weer. “O jee”, dacht ze, “Zimbo”  Toen ze de ren binnenkwam, hoorde ze haar naam fluisteren. “Ik bel je deze keer niet, maar wilde je zien. Je bent goed op weg. Doe morgen het volgende: nodig mevrouw Druot uit voor een thee in het koepeltje. Ik verzorg de rest. En nu terug naar Brodgøde”
Meneer Zimbo had er echt zin in. Gestoken in zijn mooiste tuniek van Vlisco stof uit een winkel in Kinshasa. Geel met, rood, groen en strepen van zwart. Hij had kosten nog moeite gespaard om het koepeltje aan de Saône te versieren, thee en vlaai te halen in Tournus. Madeleine en madame Druot zouden vandaag vriendinnen worden. Dan was zijn puzzel compleet en stond niets of niemand een liaison tssen Raphaël en Madeleine in de weg. Laatste akte van inmenging door meneer Zimbo en zijn poeders… Hij grinnikte.
Dezelfde ochtend werd Brodgøde uitgezwaaid, een auto vol met nieuwe producten van de fermette. Haar hart klopte, samen met Pierre mensen verwennen. Het leven was zo veranderd.
Madeleine maakt een korte tour langs alle dieren en langs de fermette. Ze was blij dat ze weer tijdelijk terug was in de Bresse. Het jaar in Parijs had haar veel geleerd over de stad de mensen. Ze had nieuwe vrienden gemaakt zoals Pierre en Knøbbig. Ze had een mooie zaak. Madeleine kon trots zijn. Nu nog de laatste horde. Thee met madame Druot, de moeder en baas van Raphaël. Sinds zij de wijnboerdeij runde had een een soort macht over hem gekregen, waar hij alleen aan kon ontsnappen in de kroeg of op de fermette van Madeleine.
Tijd dus om er wat moois van te maken. Oh wat was Madeleine meneer Zimbo dankbaar.
Ze lunchte en kleedde zich om in een simpele jurk. Ze stapte in haar rode bestel bus en reed naar Tournus. Precies nog tijd om wat boodschapjes te doen en dan naar de overkant aan de Saône voor de Zimbo thee.
Madame Druot werd klokslag vier afgezet door haar zoon bij het koepeltje. Ze ging naar binnen en zag de samovar met Russische zwarte thee, taart uit Tournus, blini’s Aan alles had meneer Zimbo gedacht. Hij wist precies van de roots van mevrouw Druot, die eigenlijk gravin Catharina Bledski heette en  via omzwervingen met haar adelijke ouders in de Mâconnais was terechtgekomen. Daar was ze getrouwd met een rijke wijnboer. Ze hadden een mooi leven en kregen één mooie zoon. En haar zoon werd nu juist verliefd zo’n boerentrien uit de Bresse. Incroyable. Maar meneer Zimbo had hier wel een trucje voor. Madeleine stapte binnen en groette mevrouw Druot. “Dag mevrouw”, zei ze “ik ben verheugd u eens opnieuw te ontmoeten en ik hoop dat wij een aangename middag hebben. Ik ben speciaal teruggekomen om te kijken hoe hier het leven reilt en zeilt.” “Dag mevrouw Bru, “ antwoordde ze “Maak u niet druk. Alles loopt hier op rolletjes en Raphaël is zo gelukkig geweest het laatste jaar zonder u. Dat alles dankzij Olga de Bloncourt uit Volnay. Haar vader heeft een mooi domaine en exquise rode wijnen. Dat wordt nog wel wat” “Nou dat begint goed”, zei Madeleine. Meneer Zimbo nodigde de dames uit aan tafel en in een onopgemerkt moment gooide hij wat poeder in de bovenste theekan van de samovar en verliet de koepel. “Fijne voortzetting dames en mochten jullie iets nodig hebben dan hoor ik het wel, hahahaha!”
Hij ging naar buiten en klik klonk het slot. De dames zouden via hun thee de ervaring van hun leven krijgen. De zon scheen naar binnen door het glas en Madeleine schonk de thee in voor mevrouw Druot en zichzelf. Het was stil, maar niet voor lang. Plots verscheen Gæble de Palunk in de koepel. Hij had zijn dolende ziel eerder in de grot van de dansende mosselen verloren.  “Bloe boe bla ba, jullie moeten je ongenoegen bijleggen, ik ga jullie beelden laten zien” De brutale Madeleine keek de kille mevrouw Druot aan. Beiden waren ze een beetje bang voor wat komen ging. Er verschenen groene pegels uit het dak met sterren aan het einde. In elke ster zat een fotootje van Pierre ter Braecke en een intens gelukkige Brodgøde achter de toonbank in Parijs. “Kijk naar dit stel zij hebben hun doel bereikt, de ietwat zure actrice heeft het gevonden bij de malle schrijver”, zei de stem van de Palunk. Het koepeltje kleurde naar paars. Bollen met foto’s van Pelle en Gudrun aan de rand van een fjord, kijkend naar zonne badende zeehonden. “Zo is dit ook goed gekomen in Bläske!”siste de stem van Gaeble. “Blubu blu bu, zie nu” Knal oranje zonneflitsen vulden het koepeltje em beelden van Knøbbig en zijn soulmate vulden het koepeltje. Ontspannen stonden deze heren naast een net gemaakte schotel van heerlijk rendiervlees. Madeleine slikte en zag dat deze beelden mevrouw Druot ook niet onberoerd lieten. Ze namen allebei nog een slok thee en een blini. “Maar… de apotheose moet nog komen”, bulderde de Palunk, “daarrvoor moeten jullie eerst eens goed praten. Blo bu bla bla.Want dat kan ik niet voor jullie doen.” En weg was Gæble de Palunk. De dames keken elkaar verbaasd aan. Wat nu? Madeleine nam een blini en hapte. Mevrouw Druot knibbelde aan haar kersenvlaai “Ik moet echt zeggen…”, begonnen ze in koor. “Dit had ons eerder meoten overkomen Madeleine”, startte  Catharina, als je ziet hoeveel mensen gelukkig zijn zonder fratsen en kapsones” “Maar mevrouw het is mijn schuld, ik kon het lonken op de markt niet laten en de aandacht van alle jongens niet missen. Daarom was voor iedereen het beste dat ik naar Parijs ging.”  “Laten we opnieuw beginnen” , zei Catharina, “opnieuw”. “Ja graag”, riep Madeleine. Ze hoorden de deur en zagen meneer Zimbo binnen komen. “Zo dames, alles naar wens? “ 
De theekoepel ceremonie van meneer Zimbo had een accelererend effect op alles en iedereen. Raphaël en Madeleine gingen hokken op het wijngoed van mevrouw Druot, die verhuisde naar een flatje in Lyon. Plannen werden gemaakt voor een tweede Bru et sa Bresse kookschool en voor ze het wisten liep het storm. Van heinde en verre kwamen mensen koken en wijn proeven in de fermette van Madeleine. Zij leerde haar gasten mooie confits maken en vele andere hemelse gerechten.
Uiteindelijk was, en daar had meneer Zimbo gelijk gekregen, Parijs slechts de opmaat naar een beter bestaan in Louhans geweest. Bij deze gedachte glunderde Madeleine. In Parijs waren Pierre en Brodgøde zielsgelukkig. Zij had haar huis in Saint Tropez verkocht. Ze woonden nu samen achter de winkel in de Rue de Martignac. De twee werden de ambassadeurs van het goede leven. Pierre schreef er heel wat over in zijn tijdschrift. Pelle stuurde vele Noordse gasten naar zowel Parijs als Louhans. En alle gasten genoten van de stoverijen. Het nichtje van Raphaël werd de nieuwe schone op de maandagmarkt. En Knøbbig, hij ging aan de slag met confit van rendier en het verwennen van zijn geliefde. En meneer Zimbo? Die vond het tijd om de Alpen over te trekken met zijn kruiden en sterrenstof.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten