maandag 21 januari 2013

Knøbbig en Bart en hun Amsterdamse leven.




Het restaurant aan de Nes fjord was gesloten. Na jaren gerookt rendiervlees en visspecialiteiten gemaakt te hebben, had Knøbbig besloten op reis te gaan. Nu stonden ze hand in hand op de achterplecht van het schip dat de fjord uitvoer. Op naar de grote stad Amsterdam. Hij nam de fjord  nog eens goed in zich op, weldra zou na de schemering het duister invallen. De Nes fjord, van de Palunk en het zeeverdriet. Bläske, waar zijn goede vriend Pelle Grød woonde. Het mos van de drankjes van Gudrun. Missen zouden beide kerels het wel. Maar de wijde wereld lonkte. Knøbbig had van Noordpool TV een opdracht gekregen culinaire reportages te maken. Vanuit Amsterdam zou Knøbbig programma’s maken over lekkere gerechten. Bart had met veel vreugde gereageerd, terug naar zijn geboorteland. Land van water, molens eindeloze lage luchten. Niet dat hij het zo verkeerd had gevonden om een paar jaar in het Noordse land aan een fjord te wonen, in de prachtige natuur. Maar nu vond Bart het tijd om weer eens de lucht van Mokum op te snuiven, lekker op de fiets door de stad te zwerven. Dat zou nog wat worden, dacht hij, Knøbbig leren fietsen. Dat was zijn eerste taak. Alsof Knøbbig zijn gedachten las zei hij: “Ik kan me niet voorstellen dat wij morgen al op de fiets zitten, om boodschappen te doen voor ons nieuwe keukentje. Al die nieuwe indrukken!” “Ja nu is het mijn kans jou te laten zien waar ik vandaan kom”, antwoordde Bart, “we gaan veel dingen ontdekken. Ben benieuwd wat er allemaal veranderd is… kom we gaan naar binnen, het wordt koud” De nacht verstreek en de volgende dag lag het schip voor de rede van IJmuiden, klaar om via de sluizen naar Amsterdam te varen.
Het schip voer langzaam over het Noordzeekanaal en na een tijdje kwam de stad in zicht. Er werd aangelegd bij de passagiersterminal en beide heren gingen van boord. Een nieuwe tijd was aangebroken. Knøbbig en Bart zouden direct op zoek gaan naar een woning en een bedrijfspand voor hun plannen. Het Centraal, de Sint Nicolaaskerk, het verkeer op de Prins Hendrikkade. Bart genoot met volle teugen. Hij was weer in Nederland na zoveel jaar. Ze liepen naar de tramhalte voor het Centraal Station. “We moeten lijn twee pakken, dan zijn we zo op de Koninginneweg, waar het hotel is.”, glunderde Bart, “Kun je meteen een indruk krijgen van de stad.” Ze stapten in, gingen zitten en de tram vertrok. Knøbbig was nog nooit in Amsterdam geweest, sprak geen Nederlands, maar dat was geen probleem had Bart verzekerd. Bart had alle papieren geregeld voor hem en de maandag erop moest hij starten met de inburgeringscursus. Wat dat nu voor iets exotisch was?  Ach, daar zou Zimbo wel wat op weten. Knøbbig zou hem zondag even bellen. Bij hun hotel aangekomen checkten ze in en gingen naar hun kamer. Nummer 26, dat was een mooi nummer. Na dat ze hadden uitgepakt en verkleed zei Knøbbig: “Kom we gaan een stuk wandelen. Kunnen we meteen de omgeving verkennen. Ik ben benieuwd wat er allemaal te beleven is hier in de stad.” Ze liepen het Vondelpark in. Het was lekker weer en iedereen zat op het gras, wandelde of fietste. “Tring tring” klonk het en Bart trok Knøbbig opzij. “Daar moet je wel aan gaan wennen, want fietsers zijn hier overal”, zei hij. Knøbbig knikte, dat was hij niet gewend. Soms moest je opletten voor elanden, maar zoveel fietsen als hier in deze stad! Dat had hij nog nooit gezien. Noch geloofd als Bart het hem vertelde. Knøbbig kon soms een beetje een dromer zijn. Nu kon dat in het hoge Noorden niet veel kwaad, maar hier zou hij moeten opletten. Een een rinkelende bel betekende dat er een fiets aankwam. Opzij dus en het liefst meteen.. Het had wel iets dwingends dacht hij, maar ja.
Ze liepen verder en kwamen bij de uitgang van het park. Ze liepen verder naar het Leidseplein. “Kom we gaan eens thee drinken en een taartje eten” riep Bart en wees naar het American hotel.
Ze genoten nog enkele dagen van de stad, de winkels, het eten,  het uitgaan, alvorens ze op zoek gingen naar een geschikte woning. Binnen enkele dagen zou Knøbbig beginnen met zijn eerste rapportage over kroketten in de stad. Het leuk was, dat Noordpool TV als side kick gekozen had voor Brodgøde, de voormalige actrice, die nu een kookschool in Parijs bestierde. Knøbbig verheugde zich heel erg op hun weerzien. Bart had ook een hele lijst af te werken. Als econoom had hij zich voorgenomen een verhaal te gaan schrijven over de wijze waarop Nederlanders zaken deden en doen sinds de 17e Eeuw. Amsterdam bood daar genoeg aanknopingspunten voor, zoals de oudste beurs ter wereld, de haven, de VOC, te veel om op te nomen. De beide heren waren blij dat ze nog voor hun vertrek met Zimbo hadden gebeld. Hij had wat pillen opgestuurd voor Knøbbig, die hem in staat stelden Nederlands te spreken, terwijl hij in feite gewoon Nordisch sprak. Het waren een soort google translate kruiden, éénmaal per dag innemen en dan begreep iedereen je. Dit was voor Knøbbig een hele opluchting, te meer omdat de inburgeringslessen hem te veel tijd zouden kosten.
De huizenjacht verliep spoedig en al snel vonden ze een leuke negentiende-eeuwse woning in Zeeburg, vlak bij de Javastraat. Het was een romantisch huis met een serre en een klein tuintje. Ze waren helemaal in hun nopjes. Er werd een busje gehuurd en de heren kochten huisraad bij de Zweedse meubelsuper, potten en pannen om te koken en allerlei spullen om het huis gezellig te maken. Ze vierden hun eerste Amsterdamse woning met een heerlijk maaltijd van Noordse aardappelsøpe met vis. Hier zouden ze het wel uithouden.
Bart hoorde zijn mobiel en nam op: “Hallo met Bart” Aan de andere kant van de lijn hoorde hij zeggen: “Ik las dat jullie twee terug in Amsterdam zijn na al die jaren, wat gezellig, hebben jullie zin om vanavond wat te gaan drinken bij Montmartre?” “Het was Arthur een oude vriend van Bart, uit zijn studietijd. Samen hadden zij geel veel beleefd tijdens hun economie studie en hun eerste stappen in de gay scene van de stad gezet. “Gezellig”, riep Bart, “kan Knøbbig meteen kennismaken met deze bar en de Hollandse songs”  Ze ruimden de boel op en gingen naar de stad met lijn 14, stapten uit onder de lichtjes van het Rembrandtplein. Ze liepen naar de kroeg, waar het happy hour was. Het was een dolle boel en iedereen zong uit volle borst mee met de liedjes. Voor Knøbbig was dit een geheel nieuw fenomeen. De kroegen in Bläske waren meestal niet zo gezellig en open. In het Noordse land waren het vooral rendierjagers en norse vissers die zich daar vol lieten lopen. Knøbbig had het idee dat er een tijd voor hem lag van veel nieuwe avonturen, indrukken en  vrijheid. Hij gaf Bart een zoen op zijn voorhoofd en zei, “Wat fijn om met ons tweeën aan een geheel nieuw iets te beginnen, hier in Mokum…” Bart straalde en zei: “Zullen we nog een biertje doen?”
Knøbbig was de volgende ochtend al vroeg uit de veren. Als echte keuken virtuoos was hij ragout aan het maken voor zijn kroketten. Hij zou  deze samen met Brodgøde aan de man gaan brengen in Amsterdam. Deel één van zijn missie voor Noordpool TV in Amsterdam. Bart was aan het zingen onder de douche. Knøbbig liet zijn ragout afkoelen op het achterplaatsje. Hij keek het verwilderde tuintje in en zag iets bijzonders. Achter in het tuintje sond een Afrikaans beeldje. Nu had hij geen tijd om zich erom te beslommeren, maar na het ontbijt zou hij het beter gaan bekijken. Oh ja en hij moest vlug zijn Zimbo spraakpoeder innemen, anders snapten die Hollanders natuurlijk niet wat hij allemaal te vertellen had. Opgewekt kwam Bart de keuken binnen: “Zo jij hebt er zin in zo op de vroege morgen! Blijft Brodgøde vanavond ook eten?” “Ik zal het haar vragen, wel zo gezellig”, antwoordde  Knøbbig. Snel aten ze allebei hun bordje brei leeg, nog een overblijfsel van het leven aan de Pool. “Ik ben er vantussen”, zei Bart en gaf Knøbbig een zoen op zijn hoofd, “succes met je kroketten campagne!” Bart sprong op zijn fiets om naar de UB op het Singel te gaan voor onderzoek. Knøbbig ging verder met zijn Noordse kroketten. Hij liep naar buiten om de ragout te pakken en zag het beeldje weer. Het gaf hem een raar gevoel. Stond dit er nu al toen ze het huis huurden? Hij wist zeker van niet. Knøbbig maakte er een foto van. Hij zou deze even naar meneer Zimbo sturen, wie weet wist hij meer. De olie was heet en hij frituurde zijn heerlijke kroketten. Hij pakte ze in in warmhoud schalen. Deze kwamen voor de gelegenheid achterop de Ape te staan, die Noordpool Tv had gehuurd. Met deze Ape zouden ze heel Amsterdam doorcrossen. De bel ging. Knøbbig opende de deur en zag de bella Brodgøde. Ze zoenden elkaar en hij zei: “Ik vind het zo leuk je weer te zien en met je samen deze serie te gaan doen hier in Amsterdam!. Heb je trek in een koffietje?” Na de koffie vertrokken ze naar de Dam, eerste punt om kroketten uit te delen, daarna stopten ze op de Elandsgracht, volgende halte Kinkerstraat en daarna nog Hoofddorpplein. De kroketten gingen erin als zoete koek. Iedereen vond ze lekker. En natuurlijk de kans om met de beroemde sixties ster uit Saint Tropez op de foto te kunnen. Wat Knøbbig betrof kon de dag niet meer stuk. Ze reden terug naar huis en Knøbbig vroeg aan Brodgøde: “Je blijft toch wel eten?” “Helaas niet”, antwoordde ze, “Pierre en ik gaan vanavond naar het theater. Maar.. een lekker apéro gaat er wel in” Ze lieten zich de crémant  goed smaken.
Toen Brodgøde vertrokken was, controleerde Knøbbig de tuin. Het beeld was een meter verschoven! Knøbig pakte zijn mobiel, draaide het nummer van meneer Zimbo. “Allo”, klonk het aan de andere kant. “Meneer Zimbo, er staat een beeldje in mijn tuin, dat ik niet ken. Ik heb vanochtend een fotootje gestuurd via mail. Wat is het en kan het kwaad?  Het beeld schijnt zich zelf te verplaatsen..”, stamelde Knøbbig in het Frans. “Jongen dat is een wanabee djangoe uit Brazzaville, wees er voorzichtig mee en raak het beeld in geen geval aan. Het kan zijn dat er iemand uit Brazzaville daar nog iets af dient te handelen. Bart komt vaak in de UB, misschien kunnen jullie morgen wat speurwerk gaan doen, waar het beeld vandaan komt en wie er in de Atjehstraat woonde.. Houd echter de wanabee djangoe wel te vriend met wat water en een stukje fruit. Morgen hoop ik meer te weten. Bonne soirée” Meneer Zimbo hing op.
Knøbbig ging in de keuken rommelen. Hij hoorde Bart binnenkomen en riep “Hoi hoe is het vandaag gegaan?” Bart kwam de keuken in en antwoordde: “Hartstikke goed, veel ontdekt, maar jij hebt ook een show weggegeven met Brodgøde, hoorde ik op AT5. Ze stonden in de rij voor jullie kroketten en vanddag was pas deel één van de serie van Noordpool TV. Ik ben heel blij en wat werkt dat spraakpoeder van Zimbo goed.” Bart keek Knøbbig aan en zag dat hij met iets bezig was. “Wat is er?” “Ik heb een heel verhaal te vertellen, wil je een glaasje crémant?” “Ja lekker, bleef Brodgødde niet eten vanavond?” “Nee, zij ging met Pierre wat anders doen. Het is zo een rare dag geweest. Vanochtend toen ik de ragout buiten zette, zag ik in de tuin een Afrikaans beeldje staan. Het was me nog niet opgevallen toen we hier kwamen wonen. Ik maakte een foto en heb deze aan Zimbo gestuurd. Toen ik vanmiddag thuis kwam stond het beeld een meter verderop.Ik heb hem net gebeld en hij zegt dat we het beeld vooral niet moeten aanraken en wat fruit en water voor hem klaar moeten zetten. Zo een beeld heet een wanabee djangoe.” “Wat een verhaal”, zei Bart en liep de tuin in. Direct stond hij oog in oog met het beeld. “Ik zie het, wel leuk ding met die groene ogen. Ik weet zeker dat dit er niet stond, toen wij hier kwamen wonen, vreemd. Of zou iemand met ons een grap willen uithalen? Weet je wat we doen Knøb? We gaan naar het Tropenmuseum, hier om de hoek, om te kijken of er meer valt te achterhalen over dit beeldje. En we wachten het bericht van meneer Zimbo af. In the meantime: ik heb honger, wat eten we? “ Knøbbig lachtte en zei: “Cayunworstjes met gepofte aardappel” “Gelukkig, ik was al bijna bang dat je zou zeggen kroketten!”, glunderde Bart.
De volgende ochtend fietsten beide heren naar het Tropenmuseum, om wat meer informatie te verzamelen over de wanabee djangoe. Bij binnenkomst werden ze ontvangen door mevrouw Schuurs.”Zeg maar Edna”, zei ze en tegelijkertijd kregen Knøbbig en Bart een formulier in hun handen gedrukt.” Dit is formulier 43 bis van stadsdeel Oost. Alvorens ik met u in gesprek ga, verzoek ik u alles in te vullen. En kunt u uw legitimatie ook bij de hand houden?” Knøbbig keek Bart aan, Bart keek mevrouw Schuurs aan en zei: “Dit meent u toch niet? Dat wij twee A 4’s in moeten vullen om wat informatie over een beeld te krijgen?” “Ja zo zijn onze procedures, trouwens ik hoorde u zojuist een andere taal spreken tegen elkaar. Bent u beiden Nederlander?” “Ik wel, mijn partner niet, hoezo?” “Nou dan moet hij ook formulier 456 voor de helft invullen” “O!”. zeiden ze in koor. Bart en Knøbbig gingen aan de slag, waarom wisten ze zelf ook niet. “Mooie oefening, dit invullen”, zei Knøbbig, “dat is ook het enige wat je leert op die inburgeringscursus, formulieren invullen. Ik heb in deze korte periode in Amsterdam meer formulieren moet invullen dan ooit aan de poolcirkel.” Ze gaven Edna Schuurs haar formulieren terug. Zij zette haar leesbril op en zei: “Dank jullie wel voor het invullen, ik ga de gegevens bestuderen en onze afdeling research neemt dan contact met u op” “O juist”, antwoordde Knøbbig, “en hoe lang gaat dat duren dan? Ik verkeerde toch echt in de veronderstelling dat we gewoon wat simpele vragen konden stellen hier.” “Zo werken onze procedures niet, meneer. Ik zie u over een tijdje graag terug. Dank u voor uw komst ik heb nu sectoroverleg” Edna Schuurs liet de beide verbaasde mannen uit.
Eenmaal buiten hielden Bart en Knøbbig het niet meer van het lachen. Wat een verhaal. Gelukkig hadden ze alle gegevens, waarom de formulieren vroegen in het Nordisch Noors ingevuld. Sommige dingen zelfs in runen. Had de afdeling research ook wat te doen de komen weken. Duidelijk was wel dat ze met deze mevrouw Schuurs geen steek verder waren gekomen. Knøbbig zei: ‘Kom we gaan via de Dappermarkt terug, vis en groente kopen en thuis lekker lunchen” “Goed idee!”, zei Bart.  Toen ze thuiskwamen, wachtte hen een verrassing. In de serre stond de wanabee djangoe. Hoe was die nu binnengekomen? Knøbbig snapte er helemaal niets van. Een beeld kon toch niet zomaar door een deur? Het werd tijd om eens naar meneer Zimbo te bellen in Pontarlier.
Knøbbig vertelde meneer Zimbo het hele verhaal van A tot Edna en van B tot het beeld in de serre. “Heb je tuinhandschoenen en groene zeep?, vroeg meneer Zimbo aan de andere kant van de lijn “dan kun je de wanabee op pakken en weer in de tuin zetten. Geef hem dan een schoteltje water en strooi er wat kruidnagelen omheen. Dan loopt hij voorlopig niet meer weg. Ik kom snel eens bij jullie kijken. Ik wou toch nog  naar Amsterdam om mijn oom te bezoeken” “Dank je wel Zimbo”, zei Knøbbig en hing op. Bart en Knøbbig trokken allebei handschoenen aan en smeerden die in met groene zeep. Daarna zetten ze het beeld achter in het tuintje samen met een schoteltje water. Er omheen strooiden ze wat kruidnagels. Ze waren benieuwd of de tip van meneer Zimbo ging werken. “Eat your heart out Edna”, grinnikte Bart.
Daarna gingen beiden heren weer snel aan de slag met hun beider activiteiten. Ze hadden heel wat tijd in te halen. Bart ging naar de UB en Knøbbig sloeg aan het koken. Hij ging vis roken in de tuin. Zalmforellen met een lekker sausje. Hij zou de volgende dag met Brodgøde op de Zuidermarkt in de Cornelis Schuytstraat gaan staan. Leuk voor wat plaatjes en meteen een kans voor beiden eens wat BN’ers te spotten en te interviewen voor Noordpool TV.  En daarbij welke BN’er zou het in zijn hoofd halen geen antwoord te geven aan Brodgøde? Hij hakte de peterselie, perste de citoen uit, wreef de visfilets in met zout en zette ze even weg. Ondertussen smeulde het houtpoeder in zijn pan al aardig. Op een bord legde hij de vis erin en voegde iets citroensap toe. Onder tussen klopte hij de peterselie en wat crème fraîche tot een gladde saus. De vis was klaar en Knøbbig pakte alles tevreden in. “Gezellig, mompelde hij, “morgen weer met Brodgøde op pad.”  Zachtjes neuriede hij het nummer Bambola van een Italiaanse zangeres.
Knøbbig kleedde zich snel om, schreef een briefje voor Bart en haaste zich naar het klasje in de Celebesstraat. Tijd voor weer een avondje formulieren leren invullen. Dat heette inburgering. Gezeten tussen alle soorten en maten mensen from all over the world luisterde hij aandachtig naar de leraar, een man van onbestendige leeftijd, uiterlijk en intonatie. Wat waren deze lessen saai. Knøbbig stak zijn hand op en vroeg: “Wij zijn  hier samen om in te burgeren, het enige wat we hier leren is formulieren invullen voor allerlei dingen, die je waarschijnlijk nooit nodig hebt. Op deze wijze lijkt het me dat je weinig over de Nederlandse cultuur en je mede inburgeraars leert. Ik zou graag eens met Brodgøde de actrice een masterclass internationaliseren organisern hier. Zij heeft de Poolstreek ooit verlaten om bekende actrice te worden in Frankrijk en daarna wereldwijd. Is dat een idee?” De leraar keek Knøbbig aan alsof hij water zag branden. Alle andere leerlingen schaterden het uit en applaudiseerden.
De volgende dag was Knøbbig al vroeg uit de veren. Hij laadde de Ape in met de gerookte zalmforellen en reed snel naar het Conservatorium hotel, waar hij Brodgøde en de crew zou oppikken. Ze dronken snel een kop koffie en vertrokken naar de Cornelis Schuijtstraat, voor de Zuidermarkt. De markt was klein, maar de dag verliep geweldig, veel bezoekers, ook de winkelende BN’ers  wilden op de kiek met de actrice. Knøbbig was dan ook snel van al zijn gerookte zalmforel af. En Noordpool TV had weer een prachtige aflevering geschoten. “Brodgøde, je gaat toch nog wel even mee een drankje doen hier op de hoek? Bart komt ook zo” “Mais bien sur, gezellig, antwoordde ze, “kunnen we meteen de aflevering met de zuurkool landaise met de confit van Bru ets a Bresse doornemen” “Ik heb daar een leuk ideetje voor”, zei Knøbbig, “laten we die aflevering opnemen tijdens het klasje van mijn inburgeringscursus. De leraar zal flauwvallen van zoveel integratie! Jij kan mee, Zimbo is er, Bart komt ook. Ik zie het helmaal voor me” Brodgøde gaf een vette knipoog als teken dat ze het begreep. Wat een vrouw was dat toch. Ze liepen naar Joffers en gingen op het terras zitten. Aan de overkant van de straat stond Bart zijn fiets vast te maken. Hij kwam het terras op en zoende Brodgøde en kneep Knøbbig in zijn wang. “Jongens, wat gezellig om eens wat te drinken hier. Hoe was jullie dag?”, vroeg Bart.  “Een groot succes, mogen we wel zeggen, de vis vloog eruit en iedereen wilde wel met Brodgøde op de foto. Ze is een echte attractie. Wat heb jij gedaan?” “Dat is een heel verhaal, hebben jullie even?”, lachte Bart. “Dan nemen we nog een glaasje wit”, antwoordde Knøbbig.
“Toen ik vanmiddag naar huis ging heb ik in de Javastraat wat geraniums gekocht voor achter. Ik had bedacht om ze meteen te planten. Als verrassing. Helaas werd ik door iets afgeleid, Een stem. Ik geloofde eerst mijn oren niet maar in het Frans vroeg de wanabee djangoe of hij iets mocht vertellen. Hij begon een ongelofelijk verhaal. Dit beeldje komt uit Brazzaville, uit een kliniek waar zieke mensen worden verpleegd. De wanabee djangoe is voor de lokale bevolking heel belangrijk als vertrouwenspop. Mensen hangen er kaartjes, geld en fruit aan voor hun genezing. In 2008 kwam er een groepje mensen van het Tropenmuseum werken in de kliniek. Zij kwamen voor hun feel good training van dat jaar. Het waren drie mannen en een vrouw van de afdeling research. De artsen waren zo blij met de hulp dat zij de wanabee djangoe meegaven voor een tijdelijke tentoonstelling.” Bart stopte even. “Wat een verhaal, dus het beeldje komt toch uit het Tropenmuseum?”, vroeg Knøbbig. “Ja. Dit beeldje kwam te staan op de kamer van de afdeling research na de tentoonstelling en is nooit aan de kliniek terug gegeven. Daarom is hij op zijn laatste krachten naar onze tuin gevlucht, toen die afdeling weer eens een lang sectoroverleg had. Wil je weten wie het was?” “Kan het wel raden, mevrouw Schuurs!  Dit wordt werk voor meneer Zimbo”, zei Knøbbig “Helemaal waar”,grinnikte Bart. “Kom Brodgøde, we hebben elkaar nog zo veel te vertellen. Ik  heb een lekkere pan bouillabaisse klaarstaan in de Eerste Atjehstraat.” “Wat een verwennerij!”, lachte ze. En op pad gingen ze.
Bart en Knøbbig spaarden kosten noch moeite om van het evenement voor de inburgeraars een groot succes te maken. In de woonkamer aan de  Eerste Atjehstraat stond een lange tafel, speciaal gedekt op Nordische wijze. Met een geborduurd kleed, gewijen van rendieren en grote kaarsen. Brodgøde had bag in a box wijnen meegebracht, uit haar geliefde Provence. Knøbbig had heel veel zalm gerookt en dille saus gemaakt en er was de befaamde confit uit de winkel van Madeleine Bru. Als dessert ging Bart poffertjes bakken met of zonder boerenjongens. Ze moesten natuurlijk ook aan de  halal etende medemens denken. De camaraploeg was tevreden. Eén van de filmers zei, dat Bart en Knøbbig zich hadden overtroffen voor deze laatste les avond. Dat ging mooie plaatjes opleveren voor Noordpool TV. De voordeurbel ging en daar was meneer Zimbo. Hij logeerde een paar dagen bij zijn oom in de Zeilstraat. Hij begroette Brodgødde en de beide jongens: “Ik vind dat jullie er een gezellig geheel van hebben gemaakt en ben zo blij dat ik er weer eens ben. Ik heb voor jullie wat Ligurische olijfolie meegenomen. Daar kun jij vast wat mee Knøbbig!” En meneer Zimbo lachte zijn witte tanden bloot. “Hebben jullie de wanabee djangoe hier nog staan?  Het lijkt mij het beste dat ik meteen in de tuin begin, zodat hij weg is wanneer de gasten komen. Bart kun jij die mevrouw Schuurs even een mail sturen?  Zet er maar in dat de wanabee djangoe terug is naar waar hij vandaan kwam.” “Doe ik”, zei Bart. Zimbo liep de tuin in en bekeek het beeldje. Wat een schande dat die Edna Schuurs het nooit had terug gestuurd. Waren daar geen procedures voor? Arme wanabee djangoe. Hij zou deze week nog eens een bezoekje brengen met zijn ogen aan het kantoortje van Edna Schuurs. Meneer Zimbo had zijn rood, geel zwarte Vlisco tuniek aan en twee veren in zijn revers. “Koemba la we wa la. Koemla bal welaba, napsos koemba”, begon meneer Zimbo te zingen. Hij strooide wat alsem rond het beeldje en wat water uit de Congo rivier. “Kimba koemba, namoemba, Congo, Kamba koemba la we wala, wanabee djangoe, hopital kamba koem” Meneer Zimbo draaide rondjes en als vanzelf verkleurde de wanabee djangoe van rood naar geel naar fel kobaltblauw. Onder de voeten van het beeldje werd het heet, nog heter. En voordat iedereen er erg in had steeg het beeld op, alsof het een mini raket was. “Koemba kamba, je wordt door Dr. Miboesa opgehaald, goede reis wanabee djnagoe koemba la we wa la!” Meneer Zimbo pakte zijn mobieltje en belde dokter Miboesa: “Prends ton moteur et vas chercher le wanabee au bord du fleuve Congo. Tout sera bien, il est en retour. Bonne chance.” “Merci. Je suis très heureux, dank je Zimbo”, antwoordde dokter Miboesa en sprong direct op zijn moteur.
Langzaam dropen alle inburgeraars en leraar Teun binnem Er werd veel gepraat en gelachen. En natuurlijk gedronken. Meneer Zimbo vertelde over zijn leven in Pontarlier, Brodgøde stal wederom de show als beroemde actrice, Knøbbig vertelde over zijn restaurant op de poolcirkel en Bart over zijn het roer terug naar Amsterdam. Het werd een gedenkwaardige avond en zelfs meneer Teun moest toegeven dat deze opzet meer verbroederde dan het invullen van al die formulieren. Alle aanwezigen kregen hun diploma.
Toen de gasten vertrokken waren en Bart en Knøbbig op de bank zaten hoorden ze een ping. “Oh, ik heb een mailtje”, zei Bart, “Wil je weten wat die Edna Schuurs schrijft? Ze zegt dat ze de repatriëring van het beeld  gaan onderzoeken en voorbereiden. Wij worden verzocht a.s. maandag wat formulieren in te komen vullen, zo zijn nu éénmaal de procedures. Dacht het niet. En jij, Knøb?”  De heren schoten allebei in de lach.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten